Asmat

Ik heb niks tegen werken, maar je moet er wel wat bij te lezen hebben.
De verhalenbundel met de achterlijke titel Misantropenjaren las ik toen ik werkzaam was als suppoost in het Museum voor Volkenkunde. De Asmat in Nieuw-Guinea is een gebied dat tot de grootse aaneengesloten moerasgebieden van de wereld behoort. Het wordt doorsneden door een netwerk van kreekjes en rivieren die zich in luie bochten een weg banen naar de Arafurazee. De huizen zijn op hoge palen in het moeras gebouwd. De audio-rondleidingen stonden destijds nog in de kinderschoenen. Voor een symbolisch bedrag konden bezoekers een soort vroom&dreesmannwalkman meekrijgen waarvan wij medewerkers de cassettebandjes na inlevering moesten terugspoelen op weer een heel ander apparaat — of als het erg druk was met een balpen want we hadden maar één cassettedeck. De walkman zelf gebruiken voor het terugspoelen was uit den boze. Dan raakten de batterijen op. En we hadden ook maar één oplader.

Het was een experiment, die walkmans. Ze verdwenen toen de bijbehorende tentoonstelling ten einde was alweer gauw in de afvalcontainer, waar een collega van mij ze aan het eind van de week voor eigen gebruik weer uit viste. Een tentoonstelling eerder had hij nog voor duizenden guldens aan specialistisch geluidswerend materiaal uit de container gered voor zijn drumhok. Men gooide bij het museum nogal makkelijk dingen weg en eerlijk is eerlijk: het was ook een heel gehannes met die walkmans. De meeste bezoekers waren met dit recentelijk uit Japan overgewaaide stukje vernuft totaal niet vertrouwd. Het zijn toch vooral oudere mensen die musea bezoeken. [hier komische beschrijving invoegen van grijsaard met walkman en wandelstok / verwart play- met eject-knop / koptelefoonsnoer!]

Omdat de geesten kennelijk nog niet rijp waren voor individuele audiobeleving luisterde ik gedurende mijn gehele museumcarriere minstens vijf keer per dag naar de luidop afgespeelde ‘Inleiding Asmattentoonstelling’ die automatisch instartte als een nieuwe bezoeker de tentoonstellingszaal betrad. Op drukke dagen soms wel zeven keer. Het valt onder dergelijke omstandigheden niet mee om je hoofd bij zo’n boek van L.H. Wiener te houden. Zelfs nu, jaren later, worden bij herlezing van Misantropenjaren de verhalen nog steeds gedecoreerd door peniskokers, voorouderbeelden, plastic neusschotels* en aanhoudend geroffel op holle-boomstamtrommels. En probeer dan maar eens van het koningswater af te blijven.
Dat lukt je nooit.
Denk ik.
Nee.
Dat is schier onmogelijk.
Dat lukt niet.

En hoe zit dat met jou lezer? Lees jij ook wel eens dingen die de schrijver helemaal niet verzonnen heeft omdat je in een grijs verleden datzelfde boek al eens hebt gelezen in heel specifieke omstandigheden? Of hou je eigenlijk helemaal niet zo van lezen? Laat het ons weten in de comments. Vertel het je vrienden. Like en subscribe!

(*) Ja echt waar: plastic neusschotels. Toen missionarissen met hun plastic emmers het Asmatgebied in trokken zagen de inboorlingen daarin een perfect basismateriaal voor het vervaardigen van hun traditionele sierraden. In de patronen van het houtsnijwerk doken naast de pootafdrukken van inheemse dieren nu ook afdrukken van gymschoenen op en toen het verhaal van de herrezen Here Jezus bekend werd, ging men ook kruisbeelden vervaardigen, waarin Jezus een vogelsnavel heeft want hij is immers een god.