‘De jury van de VSB Poëzieprijs 2018 is verheugd over het aantal inzendingen dat haar bereikte’ lezen we – dat is vreemd, want het aantal inzendingen was ten opzichte van andere jaren gehalveerd. Natuurlijk, zo’n halvering kan je verheugen, zou het mij ook doen als ik het allemaal moest lezen, maar om nou een juryrapportage met zo’n cynische boodschap te openen?

Verderop in het juryrapport pakt het cynisme nog verder door, wanneer een regel van Thomas Möhlmann wordt geciteerd als onsterfelijke poëzie: ‘Ik beloof je in en uit te blijven ademen’. Kan het nog cynischer?

Nu heb ik, zo moet u mij maar op mijn woord geloven, de nodige poëzie gelezen. En ik kan van alles roepen, maar dat is volstrekt zinloos – dat wordt in die kringetjes alleen cynisch weggelachen. Waarom bijvoorbeeld Tonnus Oosterhoff weer, die de prijs al eens won? En niet H.C. Ten Berge, die nog nooit genomineerd werd? De beste bundels? Nou, ik zie graag iemand me een haarfijn uitleggen waarom ‘Binnenplaats’ van Joost Baars niet alleen beter is dan ‘Splendor’ van H.C. ten Berge, maar ook als debuut een nominatie verdiende. En zo kun je dan even doorgaan.

Weet je wat het is? Elk gevoel voor duurzaamheid ontbreekt juist bij dit type wegwerp-consensus. Het is het netwerk-gevoelig meten van vlaggetjes, zonder enig overzicht over het grotere plaatje. En op een of andere manier is dat samenraapsel van academische muurbloempjes altijd in staat de vlaggetjes die in kleine kringen zijn uitgezet te reproduceren, wat een vreemd fenomeen is. Al met al kun je maar één conclusie trekken: het is goed dat deze prijs zo snel mogelijk ophoudt te bestaan. Zodat weer de literaire kritiek de canon kan gaan vormen, in plaats van een politiek-nihilistisch geïnspireerde loterij.