Na vier jaar kluizenaarschap in de Zwarte Bergen
streek ik neer in de bollenstreek bij Veer.

In een jaar tijd wist ik mezelf te transformeren  van een aan benzo’s verslaafde rokende vleesetende alcoholist naar een nietrokende veganistische geheelonthouder zonder pillenverslaving.  En van facebook ben ik ook af.

Waarmee ik project ‘fuck de innerlijke slaaf’ succesvol heb afgesloten.

Een van mijn favoriete Vlaamse dichters is Paul Snoek. Snoek is door de bank genomen wel een van de Nederlandstalige dichters die ik het hoogst heb zitten, maar lezend in zijn verzamelde werk kwam ik er gister, tot mijn stomme verbazing, achter dat Snoek ook Hikmet heeft vertaald, en wel het volgende gedicht dat mij erg bij de keel wist grijpen:

De reus met de diepblauwe ogen

Er was eens een reus met diepblauwe ogen.
Hij beminde een hele kleine vrouw
Die droomde van een huisje met een tuin
Waarin gevlamde kamperfoelies bloeiden.

De reus had lief als een reus
Zijn handen waren groot voor grote dingen
Nooit hadden zij de muren kunnen bouwen
of het belletje doen schellen
van het huisje met de tuin
waarin de gevlamde kamperfoelies bloeiden.

Er was eens een reus met heel blauwe ogen
Hij beminde een heel kleine vrouw
Zij was heel aardig, maar werd vlug moe.
Op de grote wegen van de reus
had ze zich behaaglijk willen voelen.
Ze zei vaarwel aan de diepblauwe ogen
En in de armen van een rijke dwerg
Liep ze het huisje binnen met een tuin
waarin gevlamde kamperfoelies bloeiden.

Nu begrijpt de reus
dat de liefde van een reus
zelfs niet mag begraven worden
in het huis waarin gevlamde kamperfoelies bloeiden.

Nazim Hikmet, vertaling Paul Snoek

**

Was Snoek het Turks machtig? Zijn verzamelde werk biedt daarover geen uitsluitsel. Het gedicht boven heb ik overgetypt zoals het er staat, met de onlogische interpunctie en nog wat dingetjes die ik zelf anders zou doen als ik de vertaler was. Maar dat Snoeks zo van Hikmet hield vind ik buitengemeen wonderlijk.

**

Nu ik van facebook af ben zal ik wat vaker op dit blog mijn gedachtes met jullie delen. Het laatste absurde bericht uit letterenland dat ik wist opvangen is dit artikel:

Letterkundige: Jongeren beleven geen plezier aan Couperus en Multatuli, dus hertalen en inkorten

De omgekeerde wereld: het onderwijs en de taalkennis verschraalt, en dus gaan we alle boeken aanpassen zodat de jongeren misschien weer deze boeken gaan lezen.

Absurder kan het bijna niet. Het is de maakbare lezer tot de macht tien.
Ik zou dit zelfs een type fascisme durven noemen dat veel verder gaat dan
de boekverbranding.

Literaire pareltjes dienen schijnbaar ‘van de vergetelheid’ te worden gered door ze in te korten en hertalen voor scherm-o-fantjes die niet meer tot lezen in staat zijn.

Ik moet denken aan wat Veer deze week me zei: de echte verslaving is niet facebook maar het scherm.


**