In het verleden betoogde je wel eens dat Prince een groter componist was dan Bach juist omdat Bach nooit videoclips hoefde maken..

Tongue in cheek, zoals de Engelsen zouden zeggen. Maar er zit een harde kern van waarheid in: natuurlijk, Maarten van der Graaff en Marieke Rijneveld hebben genoeg talent, maar gaan zij niet minder bundels schrijven als ze OOK nog moeten leren perfect te slammen? Zodra die koppeling begint te leven is dat ronduit slecht voor de literatuur. Denk aan een typische poetry slam fanaat als Samuel Vriezen, die na 30 jaar hevige bemoeienis met de literaire wereld 1 (overigens aardig) bundeltje op naam heeft. Tijdens de uitreiking van de Buddingh’prijs in 2008 stond hij in het publiek te schreeuwen dat literaire prijzen serieus dienen worden genomen. Poetry Slam en Literaire Prijzen gaan dan ook hand in hand – de talentenjacht is de commerciële motor achter de façade, de dichtertjes worden steeds knapper en jonger, stamelende oude mannen of vrouwen zijn niet langer welkom op het podium of worden niet langer geboekt. Zo’n slammer van de oude stempel als Vriezen, een oeuvre zal de man nooit schrijven,  druk als hij  het heeft met het drukken van zijn politieke stempeltje in kringen rond slamkroeg Perdu.

Geschreeuw van Vriezen begint op 1.03

Typisch is bijvoorbeeld mijn optreden afgelopen Augustus in Deventer. Alexis de Roode, nog een slammer van de oude stempel, had Gina van den Berg meegenomen, die allerlei literaire events programmeert, schijnbaar met het idee dat je ‘die Benders eens moet zien’. Diezelfde Gina van den Berg had me echter ongeveer 6 jaar na het verschijnen van Karavanserai gemaild met een of andere verbaasde kreet over hoe goed die bundel zou zijn, werkende in boekwinkel Pampus. Aardig, misschien, maar hoe reageer je op een programmeur die 6 jaar na dato aangeeft je debuutbundel eens te hebben gezien? Bij mij roept dat geen groot enthousiasme op. En dat gebrek aan enthousiasme is dan weer bewijslast voor je onwil om er iets van te maken! Het mag dan ook niet verbazen dat mijn optreden in Deventer beide figuren niet kon smaken: het miepliedje leek niet op slam!

Mijnheer de Roode was slechts teleurgesteld dat je niet uit het beste deel van Nachtefteling voordroeg!

Ik droeg zowel ‘Zezuw’ en ‘Miepliedje’ voor en dit zijn wel degelijk hoogtepunten uit de bundel, hoewel de Roode in Lelystad, toen ik Nachtefteling te leen vroeg het miepliedje in zijn eigen bundel bleek te hebben doorgekrast met potlood, alsof hij een slamwedstrijd zit jureren en mijn gedichten de slammers waren.

De man had zelfs in je bundel driftig zitten strepen. Wat betekent dit, dat de slammers van jouw generatie zelfs binnen je bundels met censuur bezig zijn? 

Mijn theorie is dat dit slamaapje zijn best moet doen zichzelf te overtuigen dat de troep uiteindelijk toch gelijk had, en dat er dus met mij iets mis moet zijn. Daarom zoekt hij in mijn werk naarstig naar bewijzen waarom de andere slammers toch gelijk hadden om mij niet als hen over het paard te tillen. Maar gelukkig lever ik dat bewijs gewoon zelf door niet mijn sterke werk op te voeren, maar het miepliedje, waarmee ik dan natuurlijk bewijs niet serieus genomen te willen worden.