‘Lekker liggen in het gras’

Vooraf: Nijhoff schreef een gedicht over een bijzonder lelijke brug, de brug in Bommel, die hij nooit had gezien maar in zijn hoofd als een idyllisch plaatje afschilderde.

Misschien kunnen we deze neiging alles tot een idylle te ‘verheffen’ als een wat meer mannelijke karaktertrek zien?

Want waarom koos Nijhoff deze brug, was daar een dichterlijke reden voor aan te wijzen, buiten zijn profetische gaven voor het aanvoelen van mogelijkheden tot canonisatie?

Dat lijkt me niet. Het is geen sierlijke brug, eerder een lomp, onooglijk geval. Er groeide op de oevers helemaal geen gras, verderop lagen wat weiden, zeker, wat de door Jos Joosten gemelde afstand nog wat vergroten zou. Al die kletsmajoren uit de duidingsindustrie die meenden dat Nijhoff een of ander mystiek zinnebeeld wou neerzetten – prima, maar waarom met deze brug en niet met een sierlijke?

Een van de redenen dat ik van Vasalis houd is dat ze dicht bij zichzelf bleef. Vasalis schreef niet over zaken die ze niet zelf ervaren had. Nijhoff wel. Bij Vasalis draait alles om de zee, bij Nijhoff om een verre brug die hij nooit gezien had. Nijhoff schetst een poetische idylle van die brug, een naar kitsch neigend tafereeltje met zo’n sierlijke brug die open en dicht gaat over de Waal, en zijn moedertje aan het roer, psalmen zingend die niemand kon horen.

Toen ik gister schreef dat het CPNB gelijk had doelde ik uiteraard enkel op het feit dat De Moeder De Vrouw inderdaad een universeel thema is in de zin van de wet van de middelmaatsmilitie. Diezelfde wet noopt het CPNB Jan Siebelink te vragen, weer zo’n idyllebakker die de vrouw als geen ander kent. Volgens Siebelink is het zo dat ‘alleen de man een geloofwaardige vrouw kan schetsen’.

Toen ik dat las moest ik nogal lachen. Nadat ik Fliermans Passage had geschreven kreeg ik her en der het verwijt een seksistisch boek te hebben geschreven, maar enkel van (in mijn ogen) nogal seksistische oubollige mannen. Ik had namelijk nagelaten te doen wat mannen zo vaak doen, een leuk idyllisch plaatje schetsen van een vrouw, de ene vrouw in mijn roman blijkt een spammer, de andere blinkt in alle afwezigheid omdat de onzichtbare verteller een idioot is. Geen idylle dus, om de hongerige mannenziel te voeden. Ik heb diverse intelligente vriendinnen gevraagd en geen van hen had hetzelfde verwijt tegen mijn roman. Schijnbaar is dat ‘idyllische plaatje’ dus iets dat wezenlijk is aan het mannelijke: ze willen niet de realiteit waarnemen, maar een mooi jehovabrochureplaatje in het hoofd.

‘wout zag geen idylle’

Alom bekend, die neiging vrouwen op een voetstuk te plaatsen. En vervolgens torenhoge verwachtingen te koesteren, de boosheid als die niet worden ingewilligd, en het monopolie op het schetsen van zulke idyllische plaatjes ligt dan om de hoek.

Hebben we het voorts over vrouwtellen¹, dan komt onze Wout hiernaast bescheten uit, want zijn TAG bestaat uit liefst 70% mannen. Wat een seksist!

Vaak krijg ik buikkrampen van dat hele idee dat de wereld feministischer zal worden als je maar overal vrouwen gaat benoemen. Niets is natuurlijk minder waar. De doorsnee koffievrouw is zo feministisch als een deurklink. Zet overal dat type vrouwen neer en de wereld zal juist zeer snel degraderen tot een waar paradijsje voor het patriarchaat. Nee, het selectiecriterium ‘vrouw’ is uitermate ongeschikt, men dient mensen te beoordelen op de kwaliteit van hun ideeëngoed, niet op iets nihilistisch als hun geslacht.

Dat er nadat alle literaire juries met vrouwen zijn gevuld nog steeds voor mannen wordt gekozen mag dus niet verbazen, want geslacht is dien aangaande een totaal nutteloos criterium.

‘De pelikaan die helemaal niet op een pelikaan maar op een phoenix lijkt. De idylle van een pelikaan, dus?’

Terug naar Vasalis. We zagen in het gedicht over haar moeder het broedende van de zee terug. Het gedicht deed me denken aan een pelikaan – en wat schetst mijn verbazing, ik meen het werk te hebben gevonden gisteren waarop Vasalis het gedicht over haar moeder baseerde. Het hangt in het Meermanno in Den Haag, dus Vasalis moet dit werk gezien hebben, dat kan bijna niet anders.

In de middeleeuwen dacht men dat pelikanen hun kinderen voeden met het eigen bloed. Oorzaak² is de verkeerde observatie van een monnik in de 13e eeuw, Guillaume le Clerc, die schreef:

“There is a wonderful thing about the pelican, for never did mother-sheep love her lamb as the pelican loves its young. When the young are born, the parent bird devotes all his care and thought to nourishing them. But the young birds are ungrateful, and when they have grown strong and self-reliant they peck at their father’s face, and he, enraged at their wickedness, kills them all. On the third day the father comes to them, deeply moved with pity and sorrow. With his beak he pierces his own side, until the blood flows forth. With the blood he brings back life into the body of his young.”

Vervolgens werd de pelikaan in de Europese mystiek en hermetiek het symbool bij uitstek  voor Christus, die zijn kinderen tot leven wekt met het eigen bloed. Bij de rozenkruisers en vrijmetselaars kom je het weer in de graden tegen, de pelikaanridder bedoeld om de wat militant-spirituele tak van de christelijke mystiek te herbergen. Vasalis had iets met mystieke vogels, een phoenix klampte de dorre klauwtjes om haar schrijfvinger, en in de zee zag ze dus een soort van pelikaan.

Boeiend is ook het gedicht dat Vasalis voor haar vader schreef:

Avond aan zee

                                                                        Voor mijn Vader

Het strand was vast-gevoegd en glad
En smalle golven sloegen om,
Uit duizend smalle, witte monden
Zacht prevelend en dan weer stom.
De zee keek op, alsof zij bad.
Toen heb ik u teruggevonden.

O grote, oude, grijze zee
In rusteloosheid zoveel rust,
Een stem uit duizend kleine kelen
Sprekende tot de smalle kust;
Eenheid uit zoveel tegendelen.
Mijn oude liefde, mijn oud vertrouwen
Zo groot, haast niet om uit te houen.
Ouder dan voor mijn grote lief…
Ik zag voor ’t eerst weer naar de hemel:
Hoe die zich rustende verhief.

Een diep religieus gedicht, eigenlijk, maar hier wordt geen idylle geschapen: uit duizenden kelen tegelijk klinkt de nachtmerrieachtige stem van de religie. Het oude vertrouwen, ouder dan voor het grote lief. Die zich rustend verheft, waarin al die dreiging impliciet aanwezig is, die dreiging de boel te gaan verpletteren, zoals vader Pelikaan ook doet in het verhaal van monnik Le Clerc.

Wat hebben de Pelikaan en de Phoenix gemeen? De ene wordt uit het vuur herboren, de ander voedt zijn kinderen, die hij eerst vernietigde, met zijn eigen bloed. Waar dus bij Nijhoff het man/vrouwbeeld voornamelijk idyllisch was, zien we bij Vasalis dat ze iets elastisch hebben, alsof ze in elkaar overlopen. Vasalis schetst geen idylle, geen zingende vader op een rustig bootje. De rust is bij haar een dreigende rust, een rust die je zal vernietigen. Die spanning voel ik bij Nijhoff nergens. Het totalitaire plaatje bij de ingebeelde brug, welke model ging staan voor de doorsneepoëzie – nee, nergens voel je dat die brug kans zou maken ook in te storten.

Morgen: hoe het moederbeeld van Vasalis wel uit een psalm kwam

¹ Vrouwtellen lijkt mij eigenlijk erg patriarchisch, ook, het telraam als de basis van de grootgrondbezitter. De varkenshoeder als nieuwe jager, zie Sanctorum.

² Hoewel voor Le Clerc ook de Physiologus al over de pelikaan schreef.