Op de voorpagina van mijn website ziet u een citaat van Astrid Lampe over mijn nieuwe bundel. Ik heb Lampe om haar mening gevraagd nadat Willem Thies me zei dat mijn nieuwe bundel ‘te Astrid Lampe’ was. Een observatie die ik persoonlijk geen hout vond snijden, maar omdat de bundel een soortement sprookje over een zwerm motten is die van de Zwarte Bergen naar de duinen trekt, aldaar de handen van Maria invliegende – de lamp trekt de mot aan, en dus vond ik de symbolische waarde van zijn observatie toch schitterend.

De partituur die u op de voorpagina kunt zien is van de jonge Portugese componist Nuno Lobo. Het is onderdeel van een project van De Gids om componisten moderne poëzie te laten vertalen in Madrigalen gebaseerd op de Italiaanse componist Gesualdo. Een eerdere opvoering tijdens Holland Festival werd afgeblazen omdat er een te strakke deadline was gesteld voor de componisten, een latere opvoering volgt dus. Ondertussen is het zeer de moeite waard naar het werk van Nuno Lobo te luisteren, dat kunt u alhier doen

De laatste maanden heb ik dit weblog niet bijgehouden. Een van de redenen daarvoor was dat ik in mijn strijd tegen de ontlezing zelf weer ben begonnen veel, heel veel te lezen. Nooit tevoren las ik eigenlijk meer boeken dan ik nu doe, en ik vind het erg verhelderend voor mijn geest en mijn visie op literatuur. De moderne kwaal dat lezen onder invloed van sociale media steeds lastiger wordt, het welbekende concentratieprobleem – heeft u zoals bijna iedereen daar last van, ik kan melden dat de wortels van dat concentratieprobleem goed door te knippen zijn door enkele eenvoudige ingrepen in uw leven te doen: beperk sociale media, beperk mobiel gebruik, mediteer in een bosrijke omgeving en begin de hersenen weer te laten wennen echt geestelijk voedsel te nuttigen, in plaats van de fastfood die sociale media het voorschotelen. Mijn ervaring is dat ik mijn geest opnieuw erg voelde opbloeien.

Ik doe nu ook wat rondjes moderne dichtbundels. In een serie zal ik over elke bundel een soort bespreking maken die de bundel in bredere context bespreekt. Die zal ik hier regelmatig posten, dus als dat u weet te boeien, kom gerust af en toe eens terug.

Dan nog even een woordje van mij over ‘De Grote Poëzieprijs’. Huub Beurskens schreef op zijn weblog een stuk waarin hij aangeeft dat hij ‘twijfelt over het meedoen aan die prijs’ met als kernargument dat hij niet wil dat met zijn geld amateurpoëzie zal worden gespekt.

Ook ik zal mijn bundels niet insturen naar deze nieuwe prijs, maar ik heb er andere argumenten voor. Ik vind het een typische vorm van roofkapitalisme om te parasiteren op de hoop op erkenning van dichters en die hoop te misbruiken door hen zelf te laten betalen voor de werkverschaffing van enkele lieden die nooit eerder aangaven iets op te hebben met eigen beheer dichters of kleine uitgeverijen. Dat is niet het idee dat ik zou hebben bij een ‘ereprijs’; wat je verder ook van het prijzencircuitje mag vinden, dit vind ik een vorm van uitbuiting, en dat die uitbuiting gangbaar geworden is in het literaire wereldje vind ik alarmerend. Dat de organisatie beginnende dichters als Joost Baars in de jury zet spreekt boekdelen, schijnbaar waren er geen gerenommeerde dichters die dit werk nog wilden doen.

Het is de ‘participatiesamenleving’ vertaalt naar het literaire veld. Dat de mij onbekende ‘School der Poëzie’ bij de prijs is betrokken kan ik niet anders dan als corrupt omschrijven. Immers, die school heeft er belang bij dat zijn studenten met enige regelmaat zo’n prijs gaan winnen, en ze mogen de juryleden zelf mee aandragen. Nee, dit is werkelijk te gênant voor woorden, en ik roep mensen die de literatuur serieus nemen dan ook op deze uitwas niet te steunen.

Deze prijs is door en door cynisch. Als er een rode draad in mijn leven te vinden is, dan is het toch vooral dat ik altijd tegen deze vorm van cynisme heb gestreden. Dat er mensen zijn die de dichtkunst tot inzet willen maken van een cynisch wereldbeeld – ik neem het voor kennisgeving aan.

Martijn Benders, Noordwijkerhout, 04-12-2018