Een stuk van Benno Bernard over de ‘Grote Poezieprijs’. Het kernargument is ressentiment: zijn gevoelens worden gekwetst als hij niet wint. Niets over de corrupte structuur van de prijs, waarin een poezieschool zelf haar studenten kan nomineren en een commercieel poeziefestival zich schijnbaar met de canonvorming moet bemoeien (‘Poezie is oorlog¹, vindt Bas Kwakman, wat ik voor kennisgeving aanneem, met de vraag wie er allemaal slachtoffer van dat oorlogje zijn geworden. Waar is het massagraf?) – Nee, zo kennen we Benno weer, geen zicht op de grote lijnen, geen moeite met het echte systeem, maar wat gekarp over de persoonlijke besognes miskend te worden door zijn Sugar Daddies.

We kunnen alvast onze borst nat maken als Prometeus hun nieuwe dichterlijke aanwinst, Niels Zwakhals, gaat insturen naar deze Grote Baekeprijs. Menno Wigman is pas krap dood of de Kale gaat Meulenhoff achterna met knuffelboekjespoëzie die het in het bejaardenhuis stukken beter gaan doen. Waarom verkochten literaire uitgevers ook al weer bestsellers? Om bijzondere literaire werken mogelijk te maken, dat was het verhaaltje toch? Rijk geworden met pulp laat deze Boer met Boekenfabriek steeds meer het intellectuele masker varen, een ontwikkeling waar we alleen bij mee mogen zijn. Niels Zwakhals moet de grote Poezieprijs winnen! Dat smaakt naar meer!

Verder las ik het boek ‘Bundels van het nieuwe millenium’, een soort encyclopedie van uitspraken gedaan door Piet Gerbrandy:

Als iets opvalt aan ‘bundels van het nieuwe millennium, op de misleidende titel na (er had natuurlijk ‘uit’ het nieuwe millennium moeten staan, want representatief is de selectie juist niet voor de nieuwe poëzie) – het meest opvallend is eigenlijk de alomtegenwoordigheid van de oordelen van Piet Gerbrandy. In zo goed als elk stuk wordt de man aangehaald, waaruit je kunt afleiden dat hij de meest gewichtige poëziecriticus van afgelopen twintig jaar is geweest. Vreemd dan juist hem niet ook een stuk te geven, ik neem maar aan dat dat het geval is omdat dit een ‘nieuwe lichting neerlandici’ is, of iets dergelijks, aangevoerd door Jeroen ‘ik had een 8.4 voor Nederlands’ Dera, de man die op facebook spellingfoutjes van dichters verbeterd.

De hier getoonde dichters zijn echter bijna allemaal van de generatie boven mij, de zogenaamde ‘Generatie Nix’, en veel hebben die helemaal niet zo met het nieuwe millennium van doen. Het boek biedt een aardige doorsnee van die generatie dichters, en je leert vooral wat Piet Gerbrandy zoal van elke dichter wist vinden. Dat vond ik prettig en leerzaam, maar ik had het ook allemaal even op DNBL kunnen googelen. De neerlandici die aan het woord komen lijken nog niet al teveel aan eigens te berde te kunnen voeren, wat het boek uiteindelijk maakt tot wat het is, een soort Holland Got Talent voor de dichtkunst waar elke saaie opstelschrijver één dichter mocht aandragen die hij of zij bij uitzondering wel las. Toch twee sterren, omdat het een handige Gerbrandy gids betreft.

¹ Is dat wat Kwakman met Lies van Gasse in dat tentje deed op de Mongoolse prairie? Oorlogje spelen?

Link naar de Goodreads recensie