Dezelfde kleurstelling. Dezelfde vaderlijke, zwarte jas. Dezelfde gelaatsuitdrukking. Dezelfde formule.

Persoonlijke tragiek zit in elk mensenleven. Ik kreeg er meer van om de oren dan mij lief is. En ja, dat sijpelt door naar je werk. Toch zal ik geen boek schrijven over de scheiding van mijn kind, of mijn dementerende moeder. Dat vind ik namelijk een vorm van commerciële exploitatie van tragiek. Schijnbaar werkt het wel, bezien dat beide bovenstaande heerschappen er goed mee wisten scoren.

Hoort Pieter Boskma thuis in de Nederlandse literaire canon?

Maar natuurlijk. Hij is een keer op televisie geweest.

En het is natuurlijk misschien wel wereldwijd een van de beste voorbeelden van een poetische narcismegids die je zou kunnen bedenken, de titel waardig. In die zin zou je het als een conceptueel werk kunnen beschouwen, van de cynische variant. Het hoort ook in het Guiness Book of Records als het enige boek ter wereld waar de auteur levensgroot op voor en achterplat staat.

Wat vind jij van de poëzie in deze bundel?

In de proza had je Kluun, dezelfde formule.

Het spijt me, maar wie dit soort regels schrijft staat bij mij al niet meer te boek als een dichter met technisch vernuft:

Het blijft raar om ’s ochtends zonder liefde op te staan
je met lichte huiver door de liefdeloze dag te slaan
en ’s avonds al weer niet anders weer naar bed te gaan.

Je moet er tegen kunnen, dit soort opstapeling van tegeltjeswijsheden in een simpel kadans. Veel cliches, veel effectbejag. Het effectbejag ligt er metersdik op. Dat zie je zelfs aan de regelafbrekingen:

Dan zal het dus verdwijnen en jong
en oppervlakkig worden, en net als
die twee tieners toen omhelzen wij

elkaar voor het eerst. 

Boskma poogt gedichten te schrijven die je ‘klassiek’ zou moeten noemen. In zo goed als elk gedicht staat wel iets dat me weet irriteren. Muzikaal is zijn taalgebruik niet, neem bijvoorbeeld:

Maar ik ben een aardeteken, zulke visioenen heb ik niet,
ik moet het doen met een wit vlindertje dat neerstrijkt
op een witte bloem waar ik de naam niet eens van weet

En die visioenen zijn uiteraard op zijn mannetjes van orgies, ‘daar schenkt men onbekrompen wijn in glanzende bokalen! en vrijt men met elkaar van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat

Onbekrompen wijn, mijnheer Boskma? Dit zou normalerwijze toch geen revisie overleven. Mijn hemel, wat een archaïsche clichébakkerij.

Goed goed, dit is dus niet mijn poëzie. Herkenbaar is het allemaal wel, veel te herkenbaar. Het exploitatieve karakter ervan past goed bij deze moderne tijd, zo goed zelfs dat Joost Baars het naadloos weet kopiëren.

Misschien is dit ook een soort poëzie waar mannen zich mee kunnen identificeren? Er staan de nodige werkjes in over de schoonheid van ontluikende jonge meisjes. En sfeertekeningen als:

Een feest. Een man ontmoet een vrouw.
Zij zegt: ‘O man, ik hou van jou’,
maar heeft een kind en is getrouwd.

Hij houdt verwoed zijn liefde in, 
wat heeft zo’n gevoel voor zin
als zij al mint en wordt bemind?

Eindeloos zou ik dit soort edelkitsch kunnen citeren uit de bundel. Erg is het allemaal niet, er is nu eenmaal een behoefte aan dit soort kitsch bij een bepaald deel van de bevolking. Wel erg is dat er schijnbaar mensen zijn die menen dat Boskma een geweldig dichter is in universele zin en dat daar ook de hoogste werkbeurzen bij horen.

De laatste keer dat ik Menno Wigman in het echt zag was in Deventer. Pieter Boskma was er ook, en erg rouwig zag hij er niet uit met de hem verafgodende blondine aan zijn zijde. Hij had het een uur lang alleen maar over geld. ‘Kijk Martijn, dat zijn hier de dichters’ fluisterde Menno me toe. Waarvan akte.

 

DichterSoort PoëzieBelang dichterNetwerkgehalteAanrader?
Pieter BoskmaKlassiek bedoelde edelkitschminor poetOp DWDD geweest. Nee