Lieve Arnon,

Plots daagde het me dat ik een brievenboek maak, maar dat ik nog geen enkele goedgekeurde schrijver wist aan te schrijven. Wat, een brievenboek met alleen wat vage facebookvrienden en een nauwelijks terugschrijvende bestuurder? Dat kan natuurlijk nooit een literair boek worden. Daarom schrijf ik nu snel even, een beetje tegen heug en meug, een brief aan een goedgekeurd schrijver.

Probleem is dat ik eigenlijk geen idee heb wat ik je te melden zou hebben. Ik heb vroeger ooit een brievenboek gerecenseerd, van Erik Menkveld. Ik vond het een stomvervelend boek, met brieven aan Boeddha en Coltrane en andere dode cultuurpijlers. Het deed me denken aan iemand die je in een stoel dwingt om zijn hele platencollectie op te souperen. Kijk eens, mijn literaire smaak! Sindsdien heb ik nog een hoop andere brievenboeken doorgenomen. De boodschappenlijstjes van Nijhoff aan zijn vrouw. Constant gedreig met rechtszaken van Nabokov. Flaubert, daar wil ik het niet eens over hebben. Maar jij, Arnon Grunberg, waar blijft jouw brievenboek? Een goedgekeurd schrijver zijn is niet genoeg, Arnon, dat weet jij donders goed anders had je geen broodjeszaak in New York.

Sinds ik weet dat je achter de toonbank van die broodjeszaak je columns zit te typen krijg ik dat beeld niet meer uit mijn hoofd. In mijn verbeelding kom ik je winkel binnen, en dan zie ik dat hoofd van je net boven de toonbank uitsteken, driftig het zoveelste pro-europa stukje typende voor Frans Timmermans terwijl achter je een immigrant een broodje met echte Hollandse kaas smeert.

Volgens mij heeft het niet zo heel veel zin jou brieven te schrijven. Daarom schakel ik nu even over, als je het niet erg vind, naar je gezworen vijand, mijnheer van der Heijden. Die woont ergens in de grachtengordel, maar komt uit het kakdorp Geldrop, ik weet dat Stella Bergsma hem een bewonderende brief schreef, en dat hij daar verguld over was, hoewel Stella volgens mij nooit een boek van hem las, maar dat is bij brieven niet zo heel belangrijk.

Mijnheer van der Heijden! Zoals u ziet schrijf ik hierboven uw aartsvijand Arnon Grunberg aan. Ik had ineens zin te schakelen. Herkent u dat gevoel? Of hoort het niet in een literaire brief thuis? Wees gerust, ik heb geen enkele interesse in spelletjesprogramma’s te zitten als Stella, dus ik hoef niet net te doen of ik uw boeken echt las. Wel geloof ik dat ook u nooit een brievenboek schreef. Hoe komt dat toch dat schrijvers tegenwoordig elkaars gezworen vijanden kunnen zijn zonder elkaar ook maar een enkele brief te schrijven?

Dat heeft toch iets treurigs, mijnheer van der Heijden. U moet nu eigenlijk wel op deze brief reageren, want het is ondenkbaar dat dadelijk uw grote vijand eerst schrijft. Of is dit een te doorzichtige politieke truc? Geldrop, bent u eigenlijk wel ooit in de Joek geweest? De smeelen?
Want die twee, dat is voor mij Geldrop. Ik heb Geldrop altijd een beetje een mislukt Nuenen gevonden, dat is het echte kakdorp, en die hebben van Gogh.

Ineens voel ik mij een soort bemiddelaar. Arnon, heb jij nooit bedacht dat mijnheer van der Heijden niet alleen jouw prijsjes wegkaapt maar ook gewoon een schattige man is die gewoon ook maar zijn best doet, net als jij? Mijnheer van der Heijden, beeld u zich toch eens dat vermoeide gezicht van mijnheer Grunberg in, driftig typend achter de toonbank met een broodje kaas. Heren, het zou de kroon op dit brievenboek worden als jullie eens een teken geven van goede wil, een stukje goedtierend gemompel, jullie moeten je maar bedenken dat ik werd opgevoed met het idee dat het zo hoorde, literair bezien: prijsjes, broodjeswinkel, vijandigheid. Dat is toch geen lichtend voorbeeld voor de eeuwige jeugd?

Jullie lazen mijn boeken ook niet, en dat verwacht ik ook niet van jullie. Maar eindelijk eens iets liefs tegen elkaar zeggen, dat vind ik het minste wat mensen van mijn brievenboek mogen verwachten. Kan ik daar bij deze op rekenen?

Ik wens jullie beide een ongelofelijk literair pensioen toe. En een broodje gezond.

Met cordiale groet,

Martinus Benders

P.s.: een reactie kan naar m.benders@gmail.com

Wie het eerst komt zal het eerst malen!