Beste Mijnheer Perez,

Dit is mijn voorlaatste brief aan u. Allereerst het goede nieuws: ik ben niet langer van plan mijn boekpresentatie in uw kantoor te houden. Ook hoorde ik van uw collega-directeur van het Vlaams Letterenfonds dat u helemaal niet zo interim bent als ik dacht, dus eigenlijk schreef ik dit sollicitatieboek voor niets, maar dat geeft niet ik heb geen haast, zoveel had u al begrepen, ik ben de directeur met een zee van tijd en een lege agenda.

Ik las gister uw antwoord op de raad van cultuur. Die dit soort dingen schrijft in haar adviezen aan de overheid: “Kunst en erfgoed worden te veel vanuit de dominante westerse canon geproduceerd en gepresenteerd.” en als oplossing: “De culturele sector produceert en presenteert kunst en erfgoed vanuit een meerstemmig perspectief.” Erfgoed dat wordt geproduceerd, pardon? Oh ja, deze mensen verkeren in de waan dat het bouwen van een canon een overheidstaak is. Je zou dan toch min of meer verwachten dat de adviseurs tenminste bekend staan als autoriteiten op hun vakgebied, maar niets is minder waar – ik zie geen mensen in de raad die hun sporen in welke kunstvorm dan ook wisten verdienen. Wat dat betreft hebben ze dus die dominante westerse canon al uitstekend aangepakt, aangezien er in de raad zelf niemand zit die daar een plek in wist verdienen. De vraag is dus, kan het eigenlijk nog verder aangepakt worden? Hoe dan? Door mensen met nog minder verdiensten te verheffen tot adviseur?

Goed, de dominante westerse canon. Waar heeft men het over? Het enige dat ik zelf weet verzinnen is de inderdaad veel te dominante Amerikaanse cultuur, en die ligt verdorie inderdaad westelijk van ons. En dus weet dit advies van de raad mij te verblijden – weg met die Amerikaanse consumptiecultuur! Er is alleen één klein probleempje. Dezelfde raad verstrekt als advies dat Poetry Slam een veel groter stuk koek moet krijgen van de subsidiepot. Maar dat is juist Amerikaanse cultuur bij uitstek!

Stand up poetry, enzo. Een publiek vermaken. Entertainment. Weg ermee! Vreselijk dominant, die Amerikaanse entertainmentcultuur. Wat dat betreft, die hele verjongingsdrang dat is ook zo Amerikaans als de neten, en die hele talentenjachtformule. Hortsik, vort, wegwezen! Wij willen weer oude stamelende mannen met jampotbrillen op het podium die goed kunnen schrijven. Weg met die vreselijke verwestering, met die instantcultuur, met die ADHD gedichtjes-van-lik-me-vestje.

Als je een term als ‘Westers’ in de curriculum werkt creëer je een spanningsveld waarin alleen ‘Oosters’ als tegendeel kan worden opgevoerd. De Oosterse Canon. Die moet het gaan worden. Meer China, dus, in de Nederlandse letteren. Of zit ik met mijn hang naar Oost-Europese gedichten ook al gebakken? Hoe meer ik erover nadenk hoe meer ik het met de Raad van Cultuur eens ben. Weg met Remco Campert, lang leve Cseslaw Milosz! Meer Gombrowiscz!

En hoe gaat die raad de canon verchinezen? Dat kan bijna alleen door veel gebruik te maken van overheidscensuur. Nu kom ik uit Eindhoven, een stad die al goeddeels is verchineest, dus ook hier voel ik me weer heerlijk relevant. Een uitermate chinees idee zou bijvoorbeeld zijn dat je op poëzielezingen verplicht moet klappen, doe je dat niet dan verlies je sociale kredietpunten en mag je na een of twee keer niet klappen niet meer binnen.

De beste klappers stromen door hun optimale sociale krediet automatisch de canon binnen. Een canon die dan met goed recht absoluut niet meer Westers genoemd kan worden, zeker niet als het ons lukt de poetry slammers weer terug naar de States te krijgen. Een prachtige applauscanon, een canon die zelf applaudisseert in plaats van het publiek. Volgt die raad trouwens de laatste wetenschappelijke ontwikkelingen wel? Want in de toekomst kun je een publiek gewoon printen. U hoort het goed, mijnheer Perez, een 3D-lezerprinter, hoppakee, dat hele gedoe van achter een publiek aanrennen is totaal revisionistisch.

In een toekomst vol cyborgs, schrijvende software en lezerprinters wordt goed applaudisseren de voornaamste taak van een schrijver. Dus ook hier heeft de raad het weer bij het goede einde, zij kijken alleen niet ver genoeg vooruit. En daarmee gaan u en ik ze een handje verder helpen. Laten we beginnen met het samenstellen van een team van oude knakkers met jampotbrillen, die gedichtjes mummelend voordragen. Doet u mee?

Met als altijd heel vriendelijke groeten,

Martinus Benders