In de jaren vijftig en zestig zag je dat zo goed als elke acteur in Hollywood aan een vorm van sluikreclame voor de tabaksindustrie deed. Waarom eigenlijk? Om een centje bij te verdienen? Maar die mensen verdienden toch al bakken met geld, dat is toch geen reden om je te hoereren voor een kwaadaardig product?

Is het niet eerder andersom zo, dat die mensen beroemd mochten worden omdat ze bereid waren zich te hoereren voor deze industrie? Dat het dus geen geldkwestie was, maar een kwestie van blacklisting – weiger je te conformeren naar de industrie en je ligt voor je het weet uit de gratie.

Komt dat soort blacklisting ook in Nederland voor? Als we de journalistiek mogen geloven wel. Acteurs bleken jarenlang op de verdomlijst terecht te komen als ze bij een bepaald castingbureau niet heel snel op commando uit de kleren gingen.

En in de literatuur? Waarom worden sommige auteurs constant besproken en sommige nooit? Is dat overduidelijk een gevalletje kwaliteit, zoals men ons wil doen geloven, of is ook hier sprake van bepaalde industrietakken die de literatuur gebruiken voor hun imago?

Ik moest daaraan denken toen ik zag dat Ilja Pfeijffer een stuk entertainment gaat verzorgen op cruises voor hoogbejaarde NRC abonnees. Uiteraard is Ilja ook ongelofelijk tegen die vervuilende toeristenindustrie, net als die bejaarden zelf. Maar dat mag de courtisanenpret niet drukken.

Als schrijver word je tegenwoordig geacht zowel een zieltogende keten boekwinkels als een zieltogende keten uitgevers in de lucht te blijven schrijven. Uiteraard gaat ook dat allemaal om kwaliteit.

Naast die kwaliteit liggen vanaf nu de foldertjes van FBTO. De boekhandelketen AKO besloot deze week dat ze in hun winkels ook verzekeringen gaan verkopen. Het is wachten op het eerste kritische krantenstuk van Dr Pfeijffer over gevaarlijke toeristenuitstapjes.

Dat een sigarenboer 40% verdient op een boek en een schrijver 10% is zo’n typisch modern verzinsel. Dat je als schrijver voortaan ook de zieltogende verzekeringsagent de lucht in moet blijven houden kan ik persoonlijk moeilijk zien als iets anders dan opnieuw een interessante kwalitatieve ontwikkeling in het literaire veld.