Wie de documentaire ‘the great hack’ op Netflix bekijkt en goed oplet ziet dat de eerste ‘whistleblower’ laat weten dat de tweede whisteblower ‘fake’ is, en vervolgens focust de film zich geheel op die dame, en komen we op het einde te weten dat ze nog steeds goed contact heeft met de CEO. Feitelijk hebben we hier dus van doen met een lange reclamefilm voor Cambridge Analytics, want wat zich als kritiek verkoopt is wezenlijk een vorm van reclame (het een wapensysteem noemen, bijvoorbeeld, dat klinkt indrukwekkend en zal de nodige klanten weten trekken, terwijl de politiek er basaal niets tegen zal kunnen doen) – in dat licht moeten we de film denk ik echt bekijken, hoe bedrijven leerden de eigen ‘whistleblower’ te scheppen om de echte snel te vervangen.

(Er is een Laibach video genaamd ‘The Whistleblowers’ welke precies dit laat zien, een propagandaindustrie van in serieproductie getrainde whistleblowers voor het algemene doel…)

Terwijl ik de film keek kreeg ik op facebook reclame voorgeschoteld van een bedrijf dat A.I. ontwikkelt, met als slogan ‘To make us more human.’

Het lijkt misschien een vreemde stap om op dit punt over te stappen op een stuk close reading van een gedicht van Albertina Soepboer, uit haar laatste bundel ‘Vertakkingen’:

het licht speelt tikkertje op de langste dag
een vrouw loopt langs de dijk, boodschap
een kikker in de sloot, aardappels op land
lange stappen de vlakte op en al die leegte

Maar is die ‘boodschap’ simpelweg iemand die een boodschap doet, of zit er een dubbele bodem in en zien we hier het A.I. script achter de stilleventjesbakker aan het werk? Stilleventjes hebben vaak iets machinaals, zeker als ze zich tooien met landschappen, leegtes en stiltes. Maar hier schijnt de machinale boodschap direct door: kikker in de sloot, aardappels op het land.

laat mij maar ontwaren, mijn ogen knipperen
zomer, hoog, ik neem een deken mee, ik vind
de schommel, en in oogwenk is eenzaamheid
weg, ik twijfel niet dat het pad zich opent tot

In de eerste regel laat het script weten dat het de dichter van de waarheid wil verlossen. We gaan de mens ontwaren! Het knipperen en het dekentje in de zomer zijn de laatste pogingen er nog wat van te maken als homo sapiens. Vergeefs! In een oogwenk is alle eenzaamheid weg, en is de dichter onderdeel van het collectief geworden, van de enorme Borg-kubus van middelmatige stilleventjes. Dan volgt weer een clue: er komt een pad. Een pad is niet alleen een paadje op het land, maar ook een regel in een programma die verwijst naar een bron. Dat pad opent zich nu de dichter is gecollectiveerd door het programma. En wat dan?

want steeds weer komt nieuws aanwaaien
de slagschaduwen op warm land, verlangen
de zon naar het westen, rood in alle bestaan
de ademtocht, de mens die onderweg zoekt

Nepnieuws! De robotmens wordt gevoed door een warme wind van nepnieuws, met de God in het westen (Trump), alle bestaan drenkt zich in warm bloed. De laatste machinale stuiptrekking, een ‘waarheen leidt de weg’ achtige regel, volkomen robotachtig weet het dit lugubere werkje af te sluiten, je hoort een blikkerige stem deze Mieke Telkamp-wijsheden declareren. Brrr!

We zien dus dat de A.I. allang zijn opwachting heeft gemaakt in de poëzie, het noemt zich ‘Albertina Soepboer’ maar is naar alle waarschijnlijkheid een conglomeraat van zoemende apparaten, die middels een algoritme leren menselijk over te komen, en wat leent zich daar beter voor dan de poëzie in het algemeen, en het stilleventje in het bijzonder.