Een vorm van publieke krankzinnigheid die ik laatste tijd vaak zie opduiken: het idee dat de uit Amerika overgewaaide ‘identiteitspolitiek’ te verenigen zou zijn met het aloude idee van ‘positieve discriminatie’.

Dat is absoluut niet het geval.

Die identiteitspolitiek draait namelijk om het behandelen van mensen naar gelang datgene waarmee ze zich identificeren. Iemand geboren in een mannenlichaam is misschien wel een vrouw, of iets onzijdigs, en wil misschien wel helemaal niet als man worden geturfd.

Neem je dat idee serieus, dan wordt positieve discriminatie een onmogelijk concept. Je kunt namelijk niet zien of die ‘acht mannelijke auteurs’ die op een festival staan niet toevallig 8 vrouwen in een mannenlichaam zijn, en ‘positieve discriminatie’ op basis van geslacht is daarom volstrekt strijdig met het idee dat je identiteit je wezen bepaalt.

Hetzelfde gaat voor huidskleurtjes op, en niet zonder reden. Al mijn helden waren toen ik opgroeide bijvoorbeeld zwart. Prince is mijn grote voorbeeld, en daarom wens ik niet het etiket ‘witte man’ te krijgen opgeplakt, want daar identificeer ik me niet mee.

De armoedigheid die zich momenteel manifesteert als beleid schuilt precies daar: teruggrijpen op een oud wapen, terwijl dat helemaal niet voldoet, nee, sterker nog het versterkt enkel de oude machtsstructuren van het vaste geslacht en de vaste huidskleur, begrijpelijke hokjes voor ietwat te simpele sociologische theorietjes.

Willen we wel op fatsoenlijke manier voorwaarts gaan dan dienen we de identificaties in beeld te brengen, en op basis daarvan beleid te voeren.

Of wat ook natuurlijk kan: gewoon naar de kwaliteit van het werk kijken.

Nee, de wereld wordt er niet feministischer op door overal vrouwen in commissies te zetten. De wereld wordt er feministischer op door feministen in commissies te zetten, of ze man of vrouw zijn doet er niet toe. Dat is een les die we in de jaren tachtig al leerden, maar helaas blijft iemand steeds maar op de resetknop duwen.

Nee, commissies met de helft vrouw-geslacht vullen zorgt er niet voor dat prijzen niet merendeels naar man-geslachten zullen gaan.

Willen we vooruitgang, dan kunnen we beter inzoomen op Melle Daamen, die na acht jaar politicologie te hebben gestudeerd plots besloot dat hij liever manager-consultant werd van een schaduwachtige firma die ‘ruzie maken’ als hun methodiek omschreef. Waarom je zo iemand juist een theaterdirecteur zou maken, dat is een wezenlijke vraag.

Want dat ‘verdeel en heers’, dat kennen we nu zo langzamerhand wel.

Maar Nederland kennende had hij op het juiste moment de juiste innemende glimlach, en zo hobbelen we voort in een maatschappij die zich niet op ideeën wil baseren maar vrolijk op een tribale structuur die steeds meer op een ietwat te vrolijke familie begint lijken.

Uw Mauve-Min, Martinus

Mijn favoriete dichters? Ellen Deckwitz, Stella Bergsma, Niña Weijers, Maarten van Rossem

O, en wie niet snapt waarover dit precies ging, hier het gewraakte artikel

(Kanttekening: 8% migranten is wel degelijk representatief, niet voor Amsterdam misschien maar wel als landelijk gemiddelde. De boodschap dat ‘de multiculturele samenleving is mislukt’ valt bijna niet retorisch te scheiden van dit ‘het multiculturele beleid is mislukt’, in de krant gezet door een urgente provocateur die bijna overal trots kenbaar maakt populist te zijn (‘Het publiek heeft altijd gelijk’) )