Wanneer mannenaapjes ouder worden en impotenter zie je vaak dat ze uit frustratie over hun nieuwe machteloosheid zich op volstrekt irrationele wijze beginnen gedragen: ze geven een onschuldig jong aapje een hengst, belagen een eend of trekken zich in het oog van de troep de eigen haren uit, alles om maar de herinnering aan macht uit te wissen.

Zo ook in het geval Beurskens/Reints. Twee figuren die zelf nooit de rots wisten bestijgen, wegens gebrek aan rudimentaire spierkracht, maar die nu de dood nadert op hun weblog zichzelf de haren beginnen uittrekken en dat ‘poeziekritiek’ noemen (op Tzum mocht het ‘fileren’ heten – een burnout met roze stipjes) – het komt er kort samengevat op neer dat beide Heren vinden dat Vasalis niet mocht schrijven dat twee matrozen op elkanders schouders sliepen.

Waarom niet? Dat mag Joost weten. Eenieder met enig taalgevoel weet dat het heel wel mogelijk is dat de matrozen dit opvolgend deden, en dat de beschrijving van Vasalis dus een samenvatting is. Dat kan, dat mag, maar niet in vieze-oude-apentoefjesland. Wie deze neprijstenberg van meurend apenhaar wist slechten krijgt nog wat andere rare trucjes te zien: zo zou een bus ’s nachts niet als een rijdende kamer mogen worden beschreven (waarom niet? Och moet u dat nog vragen?) en is er schijnbaar iets verkeerd aan een weg beschrijven alsof die geen begin lijkt hebben – op de afsluitdijk zijn beide heren dus ook al nooit geweest, of ze kunnen zich niets voorstellen bij het hebben van een gevoelsleven – wat verkocht wordt als ‘poëzie is onzin, tot het tegendeel is bewezen’ – welnee, mijne heren: u tikt onzin, en daar zal geen tegendeel ooit nog aan weten tornen, want uw onzin is helaas van ongeneesbare vorm.