‘Het eerste wat opvalt, is de buitenkant.’ – Maurice Broere

Op de website voor amateurdichters, Meander, verschijnt een ‘korte recensie’ van mijn bundel. De recensie komt er in het kort op neer dat de lezer mijn bundel verrassend en ongebruikelijk noemt, maar tegelijk ook ‘niet erg revolutionair’. Nog opvallender is dat mijn gedichten alleen een sfeer op weten roepen, en geen beeld, want een semantische onderlaag zou ontbreken. Dat is vreemd, want de geciteerde gedichten zijn juist sterk visueel, en vol semantische betekenis.

zwerft de witte wandelaar in het kwallenlicht
tussen de stralende kassen
vol gitzwarte peertjes.

Is het mij aan te rekenen dat een lezer hierin geen beelden ziet? Of dat hij niet begrijpt wat witte wandelaars zijn, of gitzwarte peertjes? Sterker nog, dat de lezer in kwestie laat weten dat er geen semantische bakens zijn om deze tekst te kunnen duiden? Wablief? Wat zou de recensent precies missen? Is het het ‘kwallenlicht’ wat geen enkele associatie bij hem in het hoofd oproept? Waarom vindt hij deze tekst zo hermetisch?

Dat twee van de drie gedichten fout geciteerd staan helpt ook niet echt.
Drie fouten in zes korte regels, idd. En verder natuurlijk een mallepietjesrecensie, wie bij ‘de witte wandelaar in het kwallenlicht’ geen beeld ziet die is gewoon niet goed bij zijn hoofd en zou om die reden het recenseren aan mensen moeten laten die wel nog een functionerend brein bezitten.

Ongetwijfeld geen revolutionair idee, dat de hersenen een rol spelen bij het lezen. En het staat buiten kijf dat beeldende tekst lezen zonder daarbij beelden te zien absoluut revolutionair genoemd dient worden, maar voor mij hoeft het hesje van de lezer ook weer niet al te geel te zijn. Want dat revolutie en hersenbeschadiging soms hand in hand kunnen gaan – en dat iets soms alleen vernielzucht moet heten – och nee, bespaar mij toch de semantische felgele bakens van de ondoordachte revolutie!