Uit de laatste ‘de Gids’ kunnen we opmaken dat de structuralisten de oorlog hebben gewonnen. Veel tekst, heel veel tekst, weinig lyriek of dichtheid. Huub Beurskens komt met een bizar boek dat ‘het beste’ uit de dagboeken van Gombrovicz zou selecteren, alsof een lezer niet in staat zou zijn zelf te bepalen wat goed is of dat die dagboeken op een of andere manier slecht leesbaar zijn. Dat een uitgever ervoor kiest ‘het beste uit’ de dagboeken volgens Beurskens te publiceren in plaats van de dagboeken zelf is volkomen bizar. Het werk zelf is niet verkrijgbaar, maar het smaakje van de bemiddelaar wel.

Ik ben nooit dol op Chomsky geweest, juist omdat hij schermt met absolute begrippen als ‘de waarheid’ die zijn voorgangers al lang en breed ontmantelden. Dan is het alsof iemand doet of al die zaken voor hem nooit geschreven zijn, en we weer opnieuw mogen beginnen, alsof de boekdrukkunst voor niets is uitgevonden. Alsof hij geen verantwoordelijkheid heeft dat verleden in het eigen werk in te kapselen.

Filosoof 1 spaart koste noch moeite om aan te tonen waarom het begrip ‘waarheid’ vals is. Filosoof 2 doet net alsof filosoof 1 niet bestaat en hij gewoon verder kan met dat aloude valse denkbeeld. Dit is precies wat Baudrillard bedoelde met een hyperrealiteit: het voorgaande bestaat niet, we kunnen bij het nu beginnen, er bestaat geen verantwoordelijkheid om je voorgangers te moeten overtreffen, het voldoet om enkel een ‘eigen wereldje’ in het hier en nu te zijn. Chomsky is om die reden een hyperfilosoof – zoals overigens de meeste filosofen dat nu zijn.

Als het om ‘de intellectueel’ gaat is het van groot belang eerst te bedenken hoe je dat begrip zou definiëren. Zelf hou ik van de definitie die Gore Vidal hanteerde: een intellectueel is een persoon die zich niet laat vertegenwoordigen. Vroeger hadden zelfs journalisten dat, als ze al op een politieke partij stemden hielden ze dat geheim, want het zou hun integriteit aantasten zich te laten vertegenwoordigen door een ‘partij’.

Tegenwoordig leven we eerder in de omgekeerde wereld: er zijn dichters wiens hele werk lijkt bestaan uit het overschrijven van het partijprogramma van Groen Links, alles met de grote heilige betrokkenheid in het achterhoofd.

Dat Nederland nauwelijks intellectuelen heeft werd duidelijk na een grote gebeurtenis als 911. De hele schrijvers en dichterskaste hield er de mond over en deed alsof het propagandaverhaal de enige mogelijke interpretatie was. Dan ben je in mijn ogen geen intellectueel maar een systeemapologist. De intellectueel is een persoon die lastige vragen weet stellen, niet een persoon die bij een cruciale gebeurtenis in de wereldgeschiedenis een gangbaar verhaaltje voor lief neemt.

Het je bezighouden met ‘privileges’ is bij uitstek een gepriviligeerde bezigheid. Als je zo’n overweldigende hoeveelheid privileges hebt waarom kun je dan alleen aan je carrière denken? Dat is met elkaar in tegenspraak. Slavernij met privileges, een bespottelijk concept. In een discussie met Marc van Oostendorp komt dat duidelijk boven: hij definieert geld als ‘het echte’ en de baan als ‘de keuze’. De omgekeerde wereld, want iedereen weet dat geld niet echt is en juist een baan wel.

Daarmee worden al die ‘privileges’ van het westen precies alleen maar de privileges van slaven: ze zijn zogenaamd superieur aan die derde wereld, en het ‘linkse’ idee is dan je je over die zogenaamde superioriteit flink schuldig te voelen, terwijl in de echte wereld de afrikaan bijna oneindig meer privileges geniet: het privilige geen hypotheek te hebben, het privilege van afdoende zonlicht, het privilege van nog wel een cultuur bezitten die verschilt van de amerikaanse, ik kan bijna oneindig doorgaan.