Nu ik de vijftig nader vraag ik me wel eens af hoe het eigenlijk komt dat gedurende mijn hele leven er maar twee Nederlandse nobelprijsnominees waren: Mulisch en Nooteboom. Nog nooit werd er een vrouw voorgedragen, nog nooit een dichter. Wie is daar eigenlijk op aan te spreken? Waarom doet men alsof het vanzelfsprekend is dat iemand tot aan zijn dood wordt genomineerd?

Het Nobelcomité vraagt elk jaar een aantal organisaties een voordracht te doen. Een van die organisaties is het MNL. Nu ken ik iemand die daar in het bestuur zit, Marc van Oostendorp, dus ik vroeg hem hoe het precies zit met die jaarlijkse nominatie. Hij schreef:

Ik zit in het bestuur van een van de clubs die vanuit Nederland mag nomineren (de Maatschappij voor Nederlandse Letterkunde). Die clubs hebben ooit besloten ieder jaar allemaal dezelfde kandidaat voor te stellen en de laatste jaren is dat dus Nooteboom. Wie dat precies bepaalt is mij niet duidelijk, ik zie die nominaties alleen als hamerstuk voorbijkomen bij bestuursvergaderingen.

Elk jaar Nooteboom, elk jaar weer eindigt hij in de achterste regionen. Maar volgend jaar heeft hij vast meer kans!

Dat het Nooteboom moet zijn is ‘ooit’ beslist, onduidelijk is nog steeds door wie. Dat het tot aan zijn dood moet zijn is ook ooit beslist, ieder jaar een ander nomineren, of een discussie over wie men zou moeten nomineren, nee dat is allemaal onwenselijk.

Uit de discussie die volgde bleek duidelijk wat het probleem eigenlijk is. Die Zweden zijn maar een corrupte bende, waarom zouden wij tijd verknoeien aan die flauwekul, we doen gewoon Nooteboom, klaar. Men neemt de prijs dus totaal niet serieus. Vandaar Nooteboom.

Die verkoopt namelijk goed in Duitsland. Verkoopcijfers zijn het argument weer, en dat hij jaar in jaar uit geen kans maakt is niet zo belangrijk: dankzij de jaarlijkse nominatie blijft hij ook gewoon goed verkopen in het buitenland.

Dat je dat ook wel eens aan een andere schrijver of uitgever zou kunnen gunnen is waarschijnlijk een te sociaal model dat enige empathie vergt. Dat je de moeite zou nemen jaarlijks een discussie over kwaliteit te houden – kwaliteit? Verkoopt het in Duitsland?

Dat je, ook als je de prijs met geen mogelijkheid serieus kunt nemen, toch enige sociale insteek kunt hanteren – het komt niet bij deze mensen op. Geen discussie over kwaliteit, geen discussie over verkoopcijfers. Het is ooit besloten, en dat je niet verplicht bent om aan dat circus mee te werken komt ook al niet ter sprake. Gewoon! Nooteboom.