1976

‘Waarde Heren van het Comité, ik heb het meesterplan verzonnen’

‘Vertel, Wouter!’

‘Er mogen elk jaar vijf organisaties een kandidaat nomineren, in totaal wel 10 mensen. Heren, kijk eens achter me op het bord!

‘Een X?’

‘Ja, een X. Dat is onze schrijver. Maar wat gebeurt er als we allemaal achter deze schrijver gaan staan? Dan is het plots X tot de macht tien!’

‘Net zoals de Amerikanen altijd doen?’

‘Precies! Die weten hoe de vork in de steel zit! We gaan dus massaal dezelfde schrijver nomineren. De kans op de Nobelprijs is dan het grootst.’

‘Maar welke schrijver nomineren we dan?’

‘Mulisch!’

‘Waarom niet Reve of Hermans? Die zijn toch minstens even goed?’

‘Het gaat om eensgezindheid, niet om goed. Dat goede is maar een mening, dat snappen die Zweden ook wel.’

1977

‘Wouter, de meesterstrategie werkte niet. Mulisch zat in de achterste regionen.’

‘Ja, nog wel. Kijk eens op het bord achter me. Wat zie je daar?’

‘Die X tot de macht tien.’

‘En wat gebeurt er als je die X tot de macht tien tien keer gaat inzenden?’

‘Nou?’

‘X tot de macht tien tot de macht tien!’

‘Potdomme, die prijs kan ons dus niet ontgaan. Maar wat doen we dan met Reve of Hermans? Die komen dan niet aan de beurt.’

‘Tja, schrijvertjes. Het gaat hier toch om iets heel anders. Dit gaat om het landsbelang!’

2010

‘Wouter, Harry Mulisch is overleden!’

‘Verdomme. Net nu de prijs wiskundig bezien op vallen stond. Geeft niet. De schrijvers komen en gaan, de wiskunde blijft. Wie verkoopt er nog meer goed in Duitsland?’