Fri, 30th January, 2009 - Posted by
Vernieuwende ideeen worden door vastgeroeste lieden altijd vooral als komisch ervaren. Ik stel me zo voor dat de olielobby zat te schuddenbuiken bij het idee van een op water lopende auto in de jaren 60, waarna zij dit idee vakkundig in de kiem smoorden. Vergelijkbaar met de schoenengooier van Bush: aan de voorkant is hij vrij om zijn mening te uiten, aan de achterkant wordt hij in elkaar getimmerd….
Het gooien van een schoen naar iemands hoofd is per definitie humor, recht uit de slapstickdoos. Het volledig in elkaar trimmen van zo’n persoon terwijl je aan de voorkant huichelt over zijn meningsvrijheid, dat is ook een soort humor maar wel het soort humor waar ik zelf niet erg dol op ben.
Een en ander wordt goed toegelicht door Zizek in deze documentaire over het door velen niet begrepen fenomeen Laibach:
http://www.martijnbenders.nl/weblog/?p=91
Het gaat hier om het stuk waarin hij spreekt over de transgressie van het bestaande systeem tussen de lichtkant en de donkere kant, een transgressie die altijd verborgen moet blijven, terwijl overduidelijk is dat beide kanten tot hetzelfde systeem behoren.
In de poezie heb je dat fenomeen ook: er wordt aan de voorkant een bepaalde vrijheid gesuggereerd en aan de achterkant is men zo conservatief als de pest en censureert men bij het leven.
Daarom zie je dat de ‘nieuwe ideeen’ altijd zo verdacht veel op de oude ideeen lijken. Die plannen van Bruinja, Menkveld: er zat werkelijk geen letter originaliteit in - dezelfde sociologenpsychoses die al sinds de 50′er jaren de poeziewereld in hun greep houden. Totaal ineffectieve plannen, maar dat mag niet hardop worden gezegd.
Het idee is eerder aan te tonen dat er op veel effectievere wijze poezieplannen gemaakt kunnen worden en dat de huidige ‘plannen’, welke immer dezelfde herkauwbeweging van ineffectiviteit zijn, feitelijk geen verandering willen: zij zijn als transgressie juist afhankelijk van het bestaande systeem - een systeem waarin jaarlijks uit nationalistische overwegingen 150 boekjes moeten worden geproduceerd om aan te tonen hoe belangrijk wij zijn. Effectieve plannen ziet men dan in die context als de aantasting van die zogeheten autonomie: de autonomie om als pseudo-elite de voorpleiter van een soort cultureel zelfbehoud te zijn. Het is eenvoudig te begrijpen waarom men geen daadwerkelijk effectieve plannen wenst te zien: men heeft namelijk allang de bovengrens bereikt van wat nog enigszins als kwaliteit aannemelijk te maken valt, en zou er veel meer poezie geproduceerd worden dan valt die aannemelijkheid weg en dus ook de functie van cultureel zelfbehoud die de poezie zich heeft aangemeten.
Het is niet voor niets zo dat Nasr probeert mee te liften op precies dat element van cultureel zelfbehoud: dat is namelijk het enige daadwerkelijke argument dat het huidige systeem heeft om zichzelf belangrijk te vinden.
Wat Vriezen dus ‘Aristokitsch’ noemt is volgens mij een kwaliteit die inherent is aan het systeem: ook Bruinja is niets anders van plan dan dit ‘Het de Nederlanders een identiteit geven’ op een egalistischer manier gestalte te geven, bijvoorbeeld door het te delen met zijn maatjes. Het is wezenlijk allemaal dezelfde politiek met andere accenten.
U heeft vast wel gemerkt dat ik in een verdomhoekje geplaatst ben door bepaalde lieden. Ik kan u ook heel goed uitleggen waarom: het is omdat ik de transgressie tussen de lichte kant van de Nederlandse poeziewereld (de officiele elite) en de donkere kant (de onderbuik, de contrabas, etc) aan het licht breng en duidelijk maak dat beiden onderdeel uitmaken van hetzelfde systeem. Die transgressie, zegt Zizek, moet altijd verborgen blijven anders kan het systeem zichzelf niet reproduceren. Wanneer men dus niet tevreden is met het systeem als zodanig is de beste strategie juist deze transgressie aan het licht te brengen. Vandaar ook dat ik in staat ben precies wat voor mening dan ook te uiten - ik ben van geen enkele positie binnen het systeem afhankelijk, en dat levert mij een grote persoonlijke vrijheid op die ik zeer waardeer.
Het leukste aan Bruinja vond ik eigenlijk dat hij zo met zijn egalisme bezig was, dat hij ook daadwerkelijk niks heeft gezegd over wat voor soort poëzie er nodig is. Het antwoord was steevast “Ja”: er werd werkelijk niets uitgesloten, en, heel consequent, ook niets specifieks bevorderd. Dat is helemaal geen systeem met een buitenkant meer. Het lijkt meer op wat bij Badiou een “monde atone” heet, een futloze wereld, die zoveel nuances kent dat je geen scheidingen kunt aanbrengen. Maar dan totaal doorgevoerd. Bruinja beloofde enkel en alleen infrastructuur. Dán wordt tegen het systeem schrijven pas uitdagend!
Ja, maar dat is vooral omdat jij je (naar mijn idee) door het fenomeen hebt laten verleiden en het niet ziet zoals het daadwerkelijk is. Aan de voorkant is Bruinja inderdaad allemansvriend. Dat kun je inderdaad een ’systeem zonder buitenkant’ vinden, maar het is feitelijk een slim staaltje propaganda. Aan de achterkant zien we ‘the real’, datgene waar Bruinja zich daadwerkelijk aan verbind: Bart Droog en De Contrabas worden zijn campagneteam, niet bijvoorbeeld een of andere avantgardist of buitenstaander. En, zoals altijd, hebben voorkant en achterkant natuurlijk niets met elkaar te maken, die illusie moet hoog gehouden worden. Maar wanneer je ziet dat bijv. Hagar Peeters vader in de mangel wordt genomen door de roddelpers waaraan Bruinja zich heeft verbonden komt de transgressie naar boven: Bruinja blijkt daarmee geen problemen te hebben. Natuurlijk niet, want zijn daadwerkelijke agenda is allesbehalve Universeel. Het zou bij een Universele agenda natuurlijk ook bijzonder vreemd zijn om algemene poeziegezelschappen achter zich te scharen, gezelschappen die van nature voor alle kandidaten zouden moeten zijn. Daar spreekt zelfs een akelig soort anti-Universalisme uit: men schakelt uit gemeenschapsgeld gesponsorde organisaties die de poezie in het algemeen moeten dienen voor het eigen belang in, ten koste van de andere kandidaten.
Misschien heb je ergens gelijk. Ergens is het ook wel een opluchting dat ik nu weer gewoon tegen het hele concept DdV kan zijn, had inderdaad niet gekund als Tsead het gewonnen was, omdat ik zijn kandidatuur steunde. Nasr vertegenwoordigt met zijn tenenkrommende identiteitsbevorderende kitschpoëzie dan beter waar ik tegen ben. Daar kan men in zekere zin wel respect voor hebben.
Maar om Bart Droog als het Reële te zien? Er zat iets verbetens in zijn campagneleiderschap - zo had ik het idd. zelf niet aangepakt - maar het Reële is wel een stapje verder, meer een soort vormloze ongrijpbaarheid. Maar ik zal het Zizek voorleggen als ik de kans krijg, ik zie hem zometeen.
Ha ja, hij is in Amsterdam he? Vraag meteen eens waarom hij zijn mail niet beantwoord. Ik wil hem erelid van NU maken maar hij antwoord niet. Zou kunnen dat ik de verkeerde mail gebruik.
Het ‘Reele’ in deze context is de daadwerkelijke verbintenissen die iemand aangaat, in tegenstelling tot de ideologische en imaginaire. De ideologische was het allemansvriendschap, de imaginaire die enorme waslijst ’steun’. De daadwerkelijke verbintenissen, het campagneteam, bestond echter uit Droog en de Contrabas. Ergo: Universeel aan de Voorkant, Roddelpers aan de achterzijde en voor de oplettende kijker af en toe een transgressie, bijvoorbeeld op het moment dat Hagar Peeters vader onder vuur werd genomen.