Mon, 2nd March, 2009 - Posted by
In de nieuwe poëziekrant, de eerste van 2009, een mooie recensie van Pascal Cornet over Karavanserai.
Hij schrijft onder andere:
‘Maak niet de fout die ik ooit maakte, / laat het gedichten schrijven aan de dichters over.’ Het staat in ‘De maan’ en het is natuurlijk een pose. Benders claimt met recht het dichterschap. Hij laat in zijn eerste cyclus de taal kletteren, de begrippen botsen met de inhouden die wij er gewoonlijk aan geven - en zo neemt hij ons mee naar een onvermoede wereld waarin wij de dingen ánders zien.
en
Benders past met brio de borgesiaanse Aleph-truc toe en bricoleert een suggestie van het Al door disparate elementen op te sommen. Duizend, schuilen, gefluister, huizen, luipaarden: de ui-klank is nadrukkelijk aanwezig. Niet het minst in de ruis die her en der in deze gedichten in de oren klinkt: het ruisen van een staart (’Melek Taus’), het ruisen van een ‘gestorven televisie’ (’De stilte’), het ruisen van ‘onze zondes’ (’Karavanserai’), in ‘de zeefabriek [...] / waar vissen ruis sorteren’ (’Malakaan’). In het teveel gaat de betekenis onder, alle kleuren samen geven het grijs van een scherm met myriaden ‘minieme
stipjes / op een flikkerend scherm’ (’De automatische Turk’). ‘Wij zien de dood / op ons scherm sneeuwen.’ (’Karavanserai’). Ook dát is de stad: zoveel verscheidenheid dat je uiteindelijk niets meer ziet.
De hele recensie heb ik in een vreselijk amateuristisch gescand formaat hier online gezet - dat had beter gekund maar ik wil dit niet veranderen want het is een authentieke Joost Baars scan. Die wordt ooit nog geld waard!
De poeziekrant is hier te vinden
“Benders past met brio de borgesiaanse Aleph-truc toe en bricoleert een suggestie van het Al door disparate elementen op te sommen.”
Hij laat wel even duidelijk weten dat-ie niet van de straat is, he? Verder een mooie recensie.