bas kwakman

Bas Kwakman voert oorlog tegen de poëzie

Toen ze een kunstacademiestudent die een jaartje ‘communicatiemanager’ bij de gemeente Rotterdam speelde benoemden tot nieuwe directeur van Poetry International zag ik de bui al hangen, zeker toen ik de sollicitatieprocedure indook en zag dat de benoeming gebaseerd was op het idee dat ‘Bas goed met dichters zou kunnen praten aan de bar’.

Zulk amateurisme is schering en inslag in de huidige cultuurwereld. Het roddelboek dat deze gesjeesde tekenleraar schreef naar aanleiding van zijn afscheid las ik natuurlijk niet, want ik heb beter te doen, maar middels een google alert kwam toch een passage boven waarin Kwakman deze performance:

Als volgt omschrijft:

Wat hadden de mensen die deze kapperszoon benoemden gerookt?

Tja. Iedereen kan met eigen ogen zien wat hier aan het woord is. Overigens, de persoon die ‘de buddinghprijs moet serieus genomen worden’ roept is Samuel Vriezen met een Nietzschesnor op het gezicht geplakt.

Kwakman voert oorlog tegen de poëzie, zo schrijft hij in zijn boek(1). Twintig jaar lang, of zoiets, want hij had wat oude schoolvrienden het bestuur in weten werken. Had hij maar kunstwerken pogen maken op de academie in plaats van oorlog tegen de kunst voeren, dan hadden ze nu in het buitenland een veel positiever beeld van Nederlandstalige poëzie, in plaats van maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag Albert Schaffer en Lies ‘Ansichtkaartje’ van Gasse.

Sollicitatieprocedures. Moeten we die juist niet onder de vlag ‘hobby’ scharen, want zeker in Nederland lig je van de verkramptheid en het amateurisme met regelmaat wakker.

1) ‘De poëzie is oorlog’ – als je er geen verstand van hebt is dat natuurlijk altijd zo, maar scheikunde is ook oorlog als je er totaal geen kaas van hebt gegeten. Enfin, weer een koddig monumentje in de eindeloze rij ‘oorlogvoerende directeurtjes’…

Leave a Reply