Kwam eergisteren voor het eerst wat ze hier de ‘Amerikaanse Rivierkreeft’ noemen al zwemmende tegen – de echte naam is de Louisiana Crayfish, maar zo’n woord als Crayfish een mooi Nederlands equivalent geven is teveel moeite en dus werd het maar het fantasieloze ‘Rivierkreeft’ terwijl een crayfish toch echt niet alleen in rivieren leeft. Dat het fantasieloze en het halfbakkene (waarom bestaat dat woord niet? Het Halfbakkene is een dijk van een filosofisch concept) – enfin, dat halfwaarheden zo de voorrang krijgen is in Nederland een heilige traditie.

Ik dacht er nog aan toen ik de volgende dag een jonge vrouw superzelfverzekerd slecht werk zag voordragen. Een combinatie die ik normalerwijze moeilijk trek, wat nu ook nog zo is, maar Veer vertelde me dat ze dat op die scholen leren, zelfverzekerd doen, soort kunstje wat er dan bijhoort en niets met het werk van doen heeft, net als de naam ‘Amerikaanse Rivierkreeft’ heel pompeus klinkt maar helemaal niet de lading dekt en dat we die naam dus helemaal niet aan het beestje zelf te danken hebben moet je wel in het achterhoofd houden, anders wint toch het Halfbakkene weer.

Een fan van zulke salespitch-poëzie zal ik waarschijnlijk nooit worden. Ik ben al geen fan van de salespitch als dusdanig, of de cultuur waaruit deze voortkomt. Jezelf moeten verkopen alsof je een tweedehands auto bent en je publiek er net wat te weinig geld voor heeft. Ik kan me zo voorstellen dat ze aan deze truc ongeveer de helft van de schooltijd verbrassen, allemaal perfect in harmonie met de ‘kunstenaar als ondernemer’ en de hele santekraam van flauwekul die ze daarmee de wereld in hielpen.

Kijk, hierom ben ik dus alleen al geen fan van ‘scholen’. Dat zijn instrumenten om bepaalde politiek gestalte mee te geven. Voor je het weet zit je niet meer naar heerlijk mummelende en kabbelende figuren te luisteren maar naar zelfverzekerde jonge mensen die meer zelfvertrouwen hebben dan alle dichters uit de wereldgeschiedenis bij elkaar opgeteld, op basis van werk dat zelfs een beginnend stand-up komiek te vlak zou vinden voor zijn nog te bouwen oeuvre.

Scholen! Mijn god, dat er tot voor kort geen scholen bestonden in de literatuur was nu juist een groot voordeel, een verworvenheid. Het idee van een school verpest alles met commercie: betaal en je gaat een carrière beginnen met onze trucjes, middels de deals die wij onderhands met wat uitgevertjes sloten. En dat je daarna weer als sneeuw voor de zon verdwijnt – je zult in elk geval erg zelfverzekerd ten onder gaan.

Zelf kan ik alleen maar hopen dat die hele verstandupcomedisering van de dichtkunst ooit met de noorderzon zal verdwijnen. Dat je geen leuke ideetjes meer aan hoeft te horen, maar als vanouds weer gewoon matige poëzie. Dat je op zo’n podium een Herman Gorter kon gaan zien toen die zich nog niet Pee Wee Herman hoefde noemen, en nog niemand verplicht hoefde lachen om zijn werkjes en media-frustraten nog genoeg hadden aan een lachmachine. (1)

Ondertussen blijkt niet de comedydichter maar de Louisiana Crayfish een plaag te zijn, een krantenartikel rept zelfs over OVERLAST VEROORZAKEN op basis van dat zo’n kreeft je hondje ZOU KUNNEN knijpen. Kijk, dat is tenminste nog een staaltje pre-emptive logic dat de Golfoorlog nog waardig was geweest. Arm beestje!

Zie ook: Je kunt ‘s avonds niet meer over straat in Grootebroek

(1) Overigens, lachen doet geen hond bij zulke voordrachten, mijn theorie is dat de poëzie een dumpplek wist worden voor alle mislukte grappen uit de Standupcom wereld en dat het erom gaat dat er GELACHEN HAD KUNNEN WORDEN net zoals het er in dat nieuwsartikel over gaat dat de hond IN POTENTIE geknepen had kunnen zijn. Een soort begraafplaats voor nooit gelachte lachjes. Wat moet je daarvan zeggen? Artistiek is het zeker wel.