coronadagboek

Dagjesmensen, dagjesschrijvers.

In een column in het NRC laat de notoire vleesschranzer Pfeijffer weten dat hij dankzij de Corona crisis nu ook wel eens een stukje groente eet. Dat is dan schijnbaar wat dagjesmensen in dit soort tijden in de krant willen lezen.

Zijn carnivore periode noemt hij ‘zijn mondaine leven’. Want nu is hij uiteraard niet meer in de wereld, dat komt straks weer, als de karbonaadjes weer als vanouds op zijn bord dampen.

Hij hoeft zich geen zorgen te maken – de dagjesmensen blijven zijn Grote Dagjesboeken toch wel kopen. Hij zingt een Corona-operette op televisie. Ik wens hem het beste toe, ook de poseur wens je geen ziektes toe.

Mijn zus, Mieke, is een autiste en werkte afgelopen weken gewoon door met haar Wajong. Ik weet niet precies wat ze doet, dat wisselt nogal eens, fabriekswerk in groepen, maar er is schijnbaar niemand die begrijpt dat autisten hun gedrag niet vanzelf zullen veranderen.

Wat dat betreft verschillen ze weinig van de dagjesmensen en de dagjesschrijvers. Mensen die de positiviteit met uiterste moeite in zichzelf weten vinden, en dus moet de rest er maar aan geloven. Samen zingen, of hierbuiten: gezellig op een kluit bloembollen kopen. Heel aandoenlijk allemaal, mensen die het na anderhalve week televisie kijken al zo moeilijk hebben dat ze zich niet kunnen beheersen.

Dagjes-intellectueel Bas Heijne laat in het NRC weten dat hij aanvankelijk met de kudde mee zat te blaten, maar dat nu toch voorzichtige twijfels de kop op steken. Ik weet niet of hij net als zijn collega Pfeijffer over onbekende dorpjes of over groente zat te smalen, maar misschien kan zijn Grote Collega over deze Verschrikkelijke Twijfel alvast een mooie sonnettenkrans schrijven.

Leave a Reply