Carlo

Mijn neef Carlo pleegde zelfmoord toen hij 42 was, door een plastic tas om zijn hoofd te doen en zo zichzelf te laten stikken. Hij had een vrij zware vorm van autisme en leed daar behoorlijk onder, en toen de enige persoon op deze wereld waarmee hij een sterke band had stierf, mijn oma, toen besloot hij dat hij ook weg wou hier. De genetische beschadiging die voor deze hardware-vorm van autisme zorgt zit in mijn familie, en bezien dat mijn familie vele generaties lang in fabrieken werkte zal het hoogstwaarschijnlijk iets met chemicaliën van doen hebben.

Toen hij werd begraven stond op de rouwkaart een foto van zijn mercedes. Carlo hield van zijn auto, zo heette het. Niemand had klaarblijkelijk iets anders kunnen verzinnen waar Carlo dan van gehouden zou hebben.

Ik werd soms te logeren gebracht naar het huis waar Carlo woonde, een huis aan de grens met Duitsland in Venlo. Het huis stond precies op de grens, aan de Nederlandse zijde. Mijn oom is douanier. Ik heb er twee trauma’s aan overgehouden: bloemkool met een papje, en mijn oom die zo nodig moest demonstreren hoe leuk een kip rond blijft lopen nadat je deze hebt onthoofd. Ik heb de rest van mijn leven geen kip meer willen eten.

Carlo moest werken, want niet werken was een ondenkbaar kwaad. Maar op zijn werk als bouwvakker werd Carlo gruwelijk gepest. Niet een beetje gepest, verschrikkelijk gepest. Maar desondanks moest Carlo blijven werken, ook toen ze hem onder een brug vonden op een dag, op de vlucht geslagen voor zijn demonen. Een uitkering zou een schande zijn voor de familie.

Ik ben er van overtuigd dat de geest van mijn oma na de dood Carlo is gaan halen, als een laatste daad op deze wereld.

Ik moest weer aan Carlo denken omdat ik in Carlsbad ben, vernoemd naar Karl IV, heilige keizer van het Romeinse rijk, geboren met de voornaam Wensklaus. Op zoek naar merkwaardige invloeden op mijn nieuwe bundel kwam ik er weer eentje tegen: Bohuslaus Hassensteinius van Lobkowicz, een Boheemse filosoof en dichter uit de 14e eeuw, die zijn opwachting zal maken in gedichten om te lezen in het donker.

Gister namen we in het Elisabethbad een kruidenbad. Stokoude thermen hebben vaak een horrorfilmsfeer, zo ook deze met op allerlei plekken geluidsisolatie tegen de deuren, vroeger waren de zielenknijpers minder met drugs bezig en meer met water, onder invloed van de werken van Kneipp. Dat bad viel enorm tegen – het was zeep met een chemisch geurtje erbij, geen echte kruiden. Ik ontwikkelde ongeveer 50 formules voor kruidenbaden de laatste jaren, dus ik weet wat en echt kruidenbad is, en dat weten ze in Carlsbad dus al heel lang niet meer – zou de kennis verloren zijn gegaan of was die er gewoon nooit?

Bedenk eens hoe krankzinnig dit in wezen is – je hebt een schitterend gebouw, het mooiste gebouw wat er te verzinnen zou zijn. Je hebt de naam al honderden jaren expert te zijn in baden. En wat doe je vervolgens? Je bied 3 luie, chemische zeepbaden aan die enkel met een serieuze verkramping als heilzaam ervaren kunnen worden.

Die normaloverkramping is de echte psychische ziekte. Er de kantjes vanaf lopen is het voornaamste symptoom. Oorzaak van de normaloverkramping is 20 jaar gedwongen in een lokaal zitten in chemisch licht terwijl je met bruut geweld de frontale cortex in wordt getrokken. Twintig jaar lang. Hoeveel secondes van die twintig jaar word je geleerd hoe je je zintuigen moet gebruiken? Nul. Nul secondes.
Die zintuigen zijn al af, bij iedereen. Omdat ze in dezelfde verkramping leven. En zodra ze rond de pubertijd toch even anders willen hebben we de pilletjes voor ze klaarliggen.

Waarom zijn de zintuigen van de mens zo gehandicapt ten opzichte van die van de dieren? Kun je het in het licht van bovenstaande al raden?

Mountains, giants and mushrooms – in this fairytale-like collection, magic whirls and swirls, yet another reality breaks through as well – the whole world turned into The Shining, and the pilgrimage to Szymborska’s grave, a simple stone in Krakow, fails at the last minute; a journey without check marks across sixteen national borders to his daughter, however, succeeds. In its combination of fairy-tale nature, historical background and eerily topical reality, this collection of poems is Benders’ best since he lost count.

 

You have no time to read this, but that is because you are no longer human. If something of the original person were still alive in you, the old mycelia of childhood, then you would learn a lot from this book, indeed, with its magical knowledge, it might become your most useful possession. A book about the human imagination, and how it managed to get into the iron grip of trans-dimensional cockroaches. Furthermore, there are also magical tips to substantially improve your life and your time acceleration, and M.H.H. Benders also makes light-hearted mincemeat of the entire Dutch literature, what more could you want!

If you don’t want to crawl around mars like a cyber insect under a scrubbed boot – which is on the agenda – then you’d do well to read this book.

The first collected work of Martinus Hendrikus Hogervorst-Benders comprises no fewer than 712 pages and weighs in at least 1.4 kilos in thin print. It is the most ambitious collection written in the last thirty years, and certainly one of the highlights of Dutch literature as a whole, in line with Snoek and van de Woestijne. Anyone with a heart for literature and who wants to read an ambitious book brimming with cast-iron poems instead of yet another typical Dutch-language ‘masterpiece’ will be delighted with the purchase of this brick.

The Microdose Bible is the worlds most comprehensive and complete oversight of mind altering substances, teacher plants and mushrooms. Dutch mycologist and philosopher M.H.H.Benders takes you on a magical journey full of wonder about what teachers nature has to offer. Includes the Psychosupersum, a guide that describes all known mental disorders and offers wisdom for their treatment. 

This book will be published end of 2022.