Helemaal geen boekwinkel: de kwastkast

Helemaal geen boekwinkel: de kwastkast

Ook de derde pelgrimage loopt ietwat in de Hongaarse soep. Het begint al bij een onvermogen te bepalen naar welke dichter ik me moet richten, want ik heb drie Hongaarse voorbeelden: Csoóri, Juhász en József. We zijn naar het Bükk gebergte gereden en daar blijkt in Lillafüred Attila József in een hotel te hebben verbleven en daar een beroemd gedicht te hebben geschreven. Mijn idee was hetzelfde te gaan doen, maar het hotel is te duur, want de dagen dat Hongarije goedkoop was liggen in een ver verleden.

We zitten hier zo’n dikke honderd kilometer van de Ukrainse grens. Af en toe vliegt er wat militair materieel over. Op straat komen steeds meer mannetjes in militaire uniformen, maar militairen van het leger zijn het niet. Het is de stereotiepe Kees Bladblazer die zijn uniform van zolder heeft gehaald en nu op militante wijze rond marcheert om te kennen te geven dat na corona hij opnieuw een groot maatschappelijk nut ervaart. We reden langs en hij maakte een sarcastische buiging. Gister belde de huisbazin in paniek op: benzine gaat op rantsoen hier, of we wel genoeg benzine hadden om weer weg te komen. Dus nee, de oorlog gaat niet aan me voorbij, ik zit er juist tamelijk dicht op.

Gister gingen we naar Eger. Dat heet een van de mooiste Hongaarse stadjes te zijn. Ik probeer er nog steeds van te genieten maar ik ben reismoe. Teveel plekken, teveel indrukken. Enkel een enorme behoefte dat alles te verwerken, maar ik heb geen thuisplek om dat te kunnen doen. Het nomadisch bestaan is zeker boeiend, maar kent zijn eigen tragedies en moeilijkheden.

Terug naar de pelgrimage. Ik besloot dus naar Eger te gaan om in een mooie boekwinkel alle boeken in te gaan slaan die ze van Juhasz in huis hadden, net zoals ik dat met Can Yücel deed. Maar oh nee, ook hier zijn de boekhandels vervangen door….tja…iets met een ziekenhuissfeer en enkel en alleen nieuwe boeken. Ging naar de grootste boekwinkel in Eger. Op google maps gevonden, bleek in een enorm winkelcentrum. Ze hadden wel een kast poezie staan, maar geen enkele bundel van Juhász of Pilinszky of Csoóri. Een hele kast vol met…tja geen idee. Het kan nooit veel soeps zijn als je de beste dichters weglaat. Toen maar bij een straatkraampje een boek van Attila József gekocht, de enige dichtbundel die er lag. Ik weet niet wat dat voor winkels zijn, ze imiteren boekwinkels, maar het zijn helemaal geen boekwinkels. Imitatie. Nep. Onmogelijk als echte boekhandel de besten niet in huis te hebben.

Ik herhaal: als je de beste schrijvers gewoon niet in huis hebt ben je helemaal geen boekwinkel.

Alweer zo’n punt waarmee je bij een nihilist enkel een holle, meewarige blik scoort. Een kast vol Vlaamse poezie zonder Paul Snoek is…ja wat is dat….een rare kast, een kwastkast. Een raar land ook, want mijnheer Snoek kon tijdens zijn leven helemaal niet genieten van enig gewin dat zijn superieure vermogens genereerde: hij werd straal genegeerd door ook toen al zo ‘gezellige’ collega’s, ontelbare grote talenten die vreemd genoeg na hun dood als sneeuw voor de zon verdwijnen. Zogenaamd natuurlijke selectie, in werkelijkheid een politieke constructie.

Geen Juhász. De grootste dichter ontbreekt in elke boekwinkel. Het boekgebergte blijkt niet ideaal voor boeken. Waar de Turken twintig jaar na de dood van Yücel nog steeds geen verzameld werk hadden gemaakt is het lot van de grote dichter hier nog een stuk triester, er is geen enkel boek meer van te vinden. Hier hangt verraad in de lucht, verraad van de literatuur en uitverkoop van een generatie.

En dan stuit je buiten op een schitterend voorbeeld van Hongaarse marketing:

waarschijnlijk ook een heel effectief soort marketing

En er tegenover kun je ‘pokets’ uit de machine trekken. Is dit de toekomst van alle literatuur?

Ook hier geen Juhasz te bekennen

Nee, het resultaat van mijn pelgrimage is een geselecteerde verzen van Attila József. De man werd er gelukkig nog op tijd voor geboren.

Attila József, aangeschaft in het boekgebergte!

En daarmee komt er voorlopig een einde aan mijn reeks pelgrimages. Scheepsrecht, aan de rand van misschien wel de derde wereldoorlog. Ongetwijfeld weer genoeg ervaringen verzameld om mijn nieuwe dichtbundel vol te gaan schrijven, Maar eerst mijn boek SHROOOOOMMMMM of was het nou SHHHHHHHHHROOM? Het laatste, om de stilte te symboliseren, het geheim van alle magie.

By their shhhroom shall ye know them

M.H.H. Benders is a most recognised poet of his generation, a student of the universal mycelia,  Amanita Sage and mycophilosopher. He wrote sixteen books, the last ones at the Kaneelfabriek (Cinnamon Factory). He is currently working on ‘SHHHHHHROOM a book on mushrooms and the Microdose Bible, which is an activation plan to restore your true identity coming next year. Keep in touch!

Some Teachings:

Some recent posts:

Facebook
Twitter
LinkedIn