Nawoord bij de bundel ‘Gedichten om te Lezen in het Donker’

Nawoord bij de bundel ‘Gedichten om te Lezen in het Donker’

Nawoord

‘Ieder establishment is dik in orde, maar dat van de Nederlandse literatuur spant ongetwijfeld de kroon: louter briljante dichtersgoden die zich inspannen om jonge honden en marginalen van prijzen en subsidies te voorzien en daartoe in kranten en op festivals aan deze mensen demonstreren hoe het dus niet hoort. 

Geen wonder dat er geregeld akolieten opstaan die met dat zieke bedrijf iets te maken willen hebben. Maar dan zijn er twee mogelijkheden: of ze blijken inderdaad niet te weten hoe het hoort, of ze worden door de gevestigde orde, die wel van een robbertje euthanaseren houdt in genade omarmd en ingekapseld.’

Piet Gerbrandy, de Groene Amsterdammer

Bovenstaande is natuurlijk een in negatie geschreven beeld van de werkelijkheid, maar de lugubere matrixterm ‘ingekapseld’ staat evengoed in het origineel. De jasmijn van Jan Mankes op de omslag lijkt ook bijna een negatief: of beter gezegd het negatief van een negatief, op dat ene hele kleine groene blaadje na.

Het is dat blaadje waar we het van moeten hebben. Hoe kun je ingetogenheid combineren met het uitbundige van de natuur zelf – hoe kun je politiek lyrisch maken, en het lyrische politiek? Dan heb je het over een schier onmogelijke opgave. Toch lijk ik na de pure lyriek van Baah Baaah Krakschaap geleidelijk terug te keren naar een amalgaam waarin het begrijpelijke ingetogen straalt als nooit tevoren.

Na 51 jaren en 15 bundels nog nooit uitgenodigd voor een groot festival, nog nooit gevraagd voor een interview in een poëzieblad, nog nooit ook maar een greintje aandacht buiten het strikt noodzakelijke vanuit het ‘cultuurtje’ van toezichthouders. Zelfs toen ik bundels met 1cp-LSD verstuurde was dat geen poëzienieuws. Ik en Koenraad Goudeseune dienen als waarschuwing: dit gebeurt er met je als je kritisch durft zijn in een cultuur die overal van de angst aan elkaar kleeft rond een klein groepje psychopaten die als ‘too big to fail’ te boek staan in hun benepen paradijsje.

Tegenwoordig ben ik dus tot het inzicht weten komen dat ik blij mag zijn dat ik nog leef – werkend aan de biografie van Jonker besefte ik dat in een autopsie die langer dan 12 uur na haar dood is gedaan nog steeds behoorlijk veel alcohol in haar bloed werd gevonden. En dat haar biografe me niet kon vertellen aan welke pillen Ingrid verslaafd was.

Ik begon de geschiedenis nauwlettender te bekijken, en bemerkte dat er een bijzonder soort poëzie verscholen zat in de verhalen die overleven en ons weten te bereiken. In zo goed als elk verhaal van een te vroeg gestorven dichter speelt een hoogleraar een, tja hoe moet je het noemen? Een veel te
gewichtige rol. De literatuur is geen onderdaan van het onderwijs maar juist een alternatief en
er lijken krachten aan het werk die daarin op een wel heel verkrampte wijze geen heil zien.

Dat al die vroeg stervende dichters met hetzelfde script te maken krijgen deed me beseffen dat de prestatie die ik moest leveren om überhaupt tot zo’n dik oeuvre te komen bijna supernatuurlijk genoemd moet worden. Hoe kun je in zo’n omgeving nog doorgaan met schrijven, en is het mogelijk hier iets over op te tekenen dat de tegelijk ook past in het lyrische en filosofische dat eigen is aan mijn schrijfkunst? Kunnen in zo’n angstcultuur gedichten worden geschreven die daadwerkelijk politiek zijn?

Ik geloof dat het kan. Mijn anarchistische broeder Jan Mankes, veel te jong gestorven, kon zowel
ingetogen als uitbundig schilderen in hetzelfde beeld. Mankes zou een grote twintigste-eeuwse meester zijn geworden, maar die eeuw stond onder toezicht van enkele te weinig merkwaardige figuren.

Ik voorspel dat over 50 jaar iemand of iets mijn bundel Ginneninne weet ontdekken in de
Koninklijke Bibliotheek. Ik voorspel ook dat het minder waarschijnlijk deze bundel of een mens zal blijken.

Ik vroeg mijn dochter toen ze dertien was of ze beroemd wilde worden. ‘Nee,’ antwoorde ze ‘want als je beroemd bent ben je niet langer een vrij mens.’ Ik stond versteld van zoveel wijsheid op haar leeftijd. Ik had er beter aan gedaan dezelfde insteek te hebben – ik had nu eenmaal de hoop op een betere wereld nog niet compleet laten varen.

Martinus Benders, Mierlo, 20-09-2022

By their shhhroom shall ye know them

M.H.H. Benders is a most recognised poet of his generation, a student of the universal mycelia,  Amanita Sage and mycophilosopher. He wrote sixteen books, the last ones at the Kaneelfabriek (Cinnamon Factory). He is currently working on ‘SHHHHHHROOM a book on mushrooms and the Microdose Bible, which is an activation plan to restore your true identity coming next year. Keep in touch!

Some Teachings:

Some recent posts:

Facebook
Twitter
LinkedIn