O wat is de politiek toch populair

Toen ik in 2008 mijn debuutbundel publiceerde bij Nieuw Amsterdam was het eerste dat de redacteur Jasper Henderson tegen me zei tijdens onze eerste ontmoeting dat ik maar beter geen politieke gedichten kon schrijven. Zo’n kerel zegt dat natuurlijk vanuit een machtspositie, maar luisteren deed ik niet, maar wat schetste mijn verbazing: zes jaar later schreef plots iedereen enkel over politiek, het ene krantenbericht na het andere, als de dichtbundel gefuseerd was met de papierversnipperaar van je vader.

Uiteraard is dat ook weer een politieke zet: overspoel alles met wissewasjespolitiek en de echt politieke gedichten gaan niet meer opvallen.Toch zou ik mezelf nauwelijks als een politieke dichter willen omschrijven: niets gruwelijker dan dichters die zich voor centjes door ambtenaren laten aansturen, en de echte taboes worden zelden aangesneden.

In ‘gedichten om te lezen in het donker’ ga ik dat wel doen. Echte taboes aanboren, die je nog nergens anders hebt kunnen lezen. Politieker dan alle andere bundels van de afgelopen vijftig jaar bij elkaar. Waar Frank Keizer de hele wereld rondvliegt om overal zijn lauwe aardappelgedichtjes (‘tegen het kapitalisme!’) voor te dragen en ondertussen een grotere ecologische voetafdruk heeft dan Elon Musk is de echte politiek in de underground te vinden, bij de mensen die worden overgeslagen door de pedante tuthola’s (m/v) die de Nederlandse literatuur aansturen.

Ik kwam op het kernidee van deze bundel toen ik een biografie van Ingrid Jonker aan het redigeren was. Plots daagde me dat ik van geluk mag spreken dat ik in deze moderne tijden werd geboren. Dat ik dankbaar moet zijn voor mijn isolement. Waarom, dat kunt u volgend jaar lezen in deze spannende nieuwe bundel, die ik nog moet gaan schrijven, maar bij mij werkt het altijd zo dat ik eerst wil weten welke kant ik op ga lopen. En dat is dus het duister in!