De luiheid van het moderne roofdier

Een van de ontdekkingen die ik recent deed in mijn research naar de Amanita Muscaria is dat de hoogleraar die het bekende boek schreef waarin beweert wordt dat het Christendom begon als een paddenstoelencultus – ik heb het over The Sacred Mushroom and the Cross van John Allegro – welnu, deze Allegro werd gedwongen om terug te treden als hoogleraar en de persoon achter die dwang was de christen Jenkins, die bijna een hetze tegen Allegro voerde, net zolang tot de universiteit hem weg wou hebben.

Dezelfde Jenkins schreef in 2002:

“research of cases over the past 20 years indicates no evidence whatever that Catholic or other celibate clergy are any more likely to be involved in misconduct or abuse than clergy of any other denomination—or indeed, than non-clergy.’

Met andere woorden: iemand die zich sterk maakte in de pedofilie coverup van de kerk had schijnbaar zoveel invloed dat een hoogleraar kon worden verwijderd uit zijn baan voor het schrijven van een wetenschappelijk onderbouwd boek.

Dat kan alleen als die universiteiten in de greep van religieuze netwerken verkeren, en dat zou natuurlijk niet zo moeten zijn. Juist bij universiteiten zou secularisme bijna in absolute zin voorop dienen staan.

Zeker wanneer je ook nog eens bedenkt dat we het paddenstoel-vijandige ook uit een zekere andere bron kennen:

Ook daar was enig secularisme ver te zoeken. Je kon er niet op vertrouwen dat de overheid neutraal was.

Dat die oude religieuze netwerken op onze universiteiten nog springlevend zijn is de enige reden dat men het 70 jaar na de dood van Nijhoff nog altijd
over dit middelmatige dichtertje heeft. Daar zit een religieuze agenda achter.

Dit alles dient een dystopie, die moedwillig in stand wordt gehouden om een soort PTSD te veroorzaken bij mensen, die levenslang menen tegen miskenning te moeten vechten door het schrijven van boeken.

Een van de kenmerken van een moderne predator is luiheid. Die luiheid is makkelijk te vinden, kijk alleen al hoe een Jos Joosten meende dat ‘postmodernisme’ een term was waarmee hij zijn eigen generatie kon beschrijven, en daar natuurlijk de nodige hoeveelheid Jezus Christus bij kon meenemen. Uit de inleiding van zijn debuut:

Tot de groep van dichters waarop we focussen, behoren er enkele intussen langzaamaan tot veelgeprezen en belangrijke dichters van ons taalgebied: Arjen Duinker (zijn debuut Rode oever verscheen in 1988), Elma van Haren (De reis naar het welkom geheten, 1988), K. Michel (Ja! Naakt als de stenen, 1989), Tonnus Oosterhoff (Boerentijger, 1990), Peter Verhelst (Obsidiaan, 1987) en Erik Spinoy (die al in 1986 debuteerde met De jagers in de sneeuw). Een halve generatie oudere dichters als Stefan Hertmans (die met Bezoekingen in 1988 zijn eerste in Nederland uitgegeven bundel publiceerde) en Huub Beurskens (van wie in 1988 het episch gedicht Charme verscheen) passen ook in dit rijtje. Ten slotte moet als meest uitgesproken dichter in dit gezelschap Dirk van Bastelaere genoemd worden die al vanaf het begin van de jaren tachtig een sterk taalgerichte poëzie propageerde en schreef.

vallen eigenlijk vooral de ontbrekende namen op: Ouwens, ter Balkt en Lampe. Alles wat zeg maar een meer heidens geluid liet horen. De leidende macht hier was geen ‘postmodernisme’ maar Jezus Christus.

Van Bastelaere kwam nog even in het nieuws als een rechtse spreekpop, maar als dichter is het nooit wat weten worden, Elma van Haren idem dito, schreef enkel nog een kinderboek en het was gedaan. Huub Beurskens? K.Michel? Nee, Jos Joosten misbruikte een door anderen verzonnen term (postmodernisme) om heel lui en heel kabbelend over zijn eigen generatie een boekje te maken, en de dichters die hij opsomde beklijfden goeddeels niet.

Toch was dat het hoogtepunt van Joostens leven, dat ene boekje. Daarna ging het enkel nog harder bergafwaarts. Uiteindelijk schreef hij een dik boek over wie er op de begrafenis van een andere bemiddelaar zijn neus liet zien.

Is dat erg? Och, nee. Maar het is wel absoluut niet wenselijk of seculier.

Met als kanttekening dat de Heer Joosten het eerste boek natuurlijk wel in co-auteurschap schreef, het idee dat je zo’n debuut helemaal alleen dient
vullen is echt niet meer van deze tijd.

Share:

More Posts

Operatie Kerstjoint

Het was een idee van mijn vader, die appte me een paar weken geleden, misschien was een joint roken een idee? Nadat de camera uitstond

Heilige Gelofte op Kerstavond

Ik vertelde Menno Wigman ooit eens dat ik een recensie over een bundel van me niet had gelezen(1), en dat kon hij niet geloven, dat

De Triomf van de Hokjesgeest

Te weinig mensen zijn zich bewust van het feit dat het systeem dat ons systeem voortbracht een ronduit fascistisch systeem was. Ik heb het nu

Zeg het met een plaatje

Zeg het met een plaatje. Jeroen Dera, Jos Joosten, Janita Monna, Carl De Strycker, de hele bekende jurybups, allemaal voldoen ze perfect aan het plaatje.