Wat is literatuurwetenschap?

Een aantal jaren geleden werd ik door een bevriend kunstenares en kunstcurator aangesproken over iets wat ze erg kinderachtig vond. Of dat in de literaire wereld normaal was? Ze had, zo bleek, een performance van Dirk van Bastelaere gezien, die schreeuwend met een bivakmuts op een jaren 80 beeld van een radicaal op het podium nadeed.

Daarna werd hij de woordvoerder van een of andere rechtse Vlaamse partij, ik weet er het fijne niet van, maar wel weet ik dat we deze ‘figuur’ te danken hebben aan de overmatige aandacht die ene J.Joosten eraan meende te moeten besteden in een toch al niet zo riant bedeeld boekje.

Wat is literatuurwetenschap eigenlijk? Die vraag mag je je hier best stellen, want als wat Joosten doet literatuurwetenschap is dan is de definitie:

Literatuurwetenschap is het zo scheel mogelijk naar je eigen generatie kijken en die promoten via literatuurprijzen, waarna je met een christelijke agenda een vazal traint en een dik boek schrijft over een ‘cultfiguur’ of beter gezegd freudiaans het model van je eigen verlangens gestalte geeft: de bemiddelaar moet op een sokkel.

Maar de echte literatuurwetenschap zou zich absoluut niet met de populaire consensus mogen bemoeien, omdat immers zo’n wetenschapper later moet gaan duiden wat er van belang was in de literatuur: moet hij dan de auteurs aan wie hij zelf prijzen verstrekte daar opvoeren?

Literatuurwetenschappers die in jury’s plaatsnemen zijn hoogst onfatsoenlijk, al helemaal omdat je je tegen een academische titel niet kunt verdedigen. Je kunt niet een geschiedenis gaan zitten optekenen die je eerst zelf actief hebt zitten scheppen. Ja, dat KAN wel, maar dan interesseert de wetenschap zelf je geen enkele zier.

Kortom – wat we hier zagen was de literatuurwetenschapper als nogal pathetische bn’er: hij is zelf de beroemdheid, in plaats van dat hij op de achtergrond nijver optekent wat er in de literatuur zoal gaande is. Door zelf prijzen uit te delen bepaalt hij actief welke schrijvers weten overleven en welke niet. En die kan hij dan daarna, als beroemd curator, een plekje bieden in de literatuurgeschiedenis.

Dat dit een gotspe is mag iedereen duidelijk zijn – het interesseert ze niet, want de werkelijke interesse is er altijd maar eentje: er zorg voor dragen dat ‘het luie’ de absolute norm blijft(1). Dat je niet als literatuurwetenschapper een hele rits dikke boeken moet schrijven. Dat het genoeg is een beetje pseudopaaps de smaakmaker te spelen, in schaduwpaus model.

Literatuur is onder dit soort mensen verworden tot een dystopie en een hoax. Ik las over de euthanasie van Koenraad Goudeseune, een pijnlijk moment in de Vlaamse literatuurgeschiedenis. De man schreef een dik oeuvre en deed waarlijk zijn best, maar allemaal om niet: de festivals wilden hem niet, nooit enig verzoek tot jurywerk, dystopie tot in de puntjes:
want wie zitten er in die literaire jury’s? Altijd dezelfde tien mensen. De netwerkertjes. De beroemdheden.

Zie ik mezelf, Goudeseune en Chretien Breukers – ik zie vooral mensen die een vorm van PTSD wisten oplopen doordat er een hoax in leven wordt gehouden door een heel cynische postcodeloterijmaffia: het idee dat literatuur een soort onderneming is waarin uiteindelijk intelligentie en inspanning zal worden beloond.

Of de literatuur dat ooit waarlijk was is al een goede vraag, maar één ding is zeker: nu is het dat allang niet meer. Je kunt schrijven tot je een ons weegt, de beroemde nederlanders horen enkel elkaar nog. En de laatste lichting van beroemdheden was 70% christelijk, omdat we hier secularisme enkel nog uit oude woordenboeken kennen.

Ik heb bij de Poëziekrant opgevraagd wat er afgelopen 40 jaar zoal over Koenraad Goudeseune werd geschreven. In 1988 twee artikelen. Daarna enkele artikelen na 2014. Zesentwintig jaar lang een absolute stilte.

Je zou denken dat na 26 jaar radiostilte – wat ik moeilijk anders kan duiden dan als ‘censuur’, en van een stadsgenoot nog wel – welnu, je zou denken dat na zo’n literaire misdaad je op zijn minst Koenraad eens op de omslag zou zetten, en niet enkel zijn boeken bespreekt alsof er niets loos is? Niets van dat alles, helaas.

Dit was voorlopig even het laatste deel in de reeks ‘hoe herken ik een predator’ – de reeks zal een vervolg krijgen in een boek, ooit, ergens.

(1.) Dat constant knippen en plakken van gedichtjes uit de oude doos dient natuurlijk wezenlijk om bedrijvigheid te suggereren waar die wezenlijk ontbreekt. Het is een compleet gemakzuchtige wijze om bedrijvigheid te veinzen, aangevuld met af en toe kritiekloos een copy paste gedichtje uit een nieuwe bundel. En dan af en toe een stukje van de schaduwpaus zelf, die The Stranglers hoort in een gedicht van Rodenko!

Share:

More Posts

Operatie Kerstjoint

Het was een idee van mijn vader, die appte me een paar weken geleden, misschien was een joint roken een idee? Nadat de camera uitstond

Heilige Gelofte op Kerstavond

Ik vertelde Menno Wigman ooit eens dat ik een recensie over een bundel van me niet had gelezen(1), en dat kon hij niet geloven, dat

De Triomf van de Hokjesgeest

Te weinig mensen zijn zich bewust van het feit dat het systeem dat ons systeem voortbracht een ronduit fascistisch systeem was. Ik heb het nu

Zeg het met een plaatje

Zeg het met een plaatje. Jeroen Dera, Jos Joosten, Janita Monna, Carl De Strycker, de hele bekende jurybups, allemaal voldoen ze perfect aan het plaatje.