nY Optimism & Transformation as a Service.

Een greep uit de diverse discussies over taal die ik deze week voerde. Allereerst: gebruik van het woord ‘nuchter’ in de recensie van Piet Gerbrandy over mijn laatste bundel die in de laatste Poëziekrant staat:

‘Benders gaat ver in deze bundel. De lezer moet bereid zijn zich aan de compositie over te geven, want nuchtere analyse levert niet veel op. Ik ga er graag in mee, maar na enige tijd begin ik toch te verlangen naar de absurde en cynische grappen uit Benders’ eerdere bundels. Wie weet waar deze grillige dichter de volgende keer weer mee komt.

Toevallig had ik eergisteren Erik Jan Harmens over de vloer, een podcast over nuchterheid die in de Trouw zal verschijnen. In de podcast beweer ik dat ‘nuchterheid’ als fenomeen niet bestaat. Gerbrandy had beter ‘sobere analyse’ kunnen gebruiken, want zoals het er nu staat impliceert het eigenlijk vooral dat hij normalerwijze stomdronken teksten leest. Dat is toch wonderlijk, hoe één woord een wereld van verschil kan maken.

In de academische wereld woedt al geruime tijd een discussie over de verengelsing van het Nederlands. Op Neerlandistiek.nl een bijdrage van Yves T’Sjoen maar ik struikel in het stuk bijna meteen over het woord ‘concipiëren’.

Een uit het procesrecht afkomstige term die tegelijk ook ‘zwanger worden’ betekent in deze context beter achten dan het woord ‘scheppen’ of ‘ontwerpen’ – moet je dat als taalbeheersing serieus nemen? Is dat soort managersjargon wezenlijk beter dan die verengelsing? Je klinkt in mijn oren in beide gevallen als, excusez le mot, een droplul.   En is een gevoeligheid voor hoe-je-overkomt niet wezenlijk de functie van alle taal – daar begint het grote spel pas.

Els Moors heeft het over een nieuwe site, en een geweldige tekst van Hans, met een link naar dit tijdschrift erbij.

Als ontwerper vraag je je dan ogenblikkelijk af of dat font zo enorm is omdat de doelgroep van de website uit zeventigplussers bestaat? Het alternatief is zorgelijker – lezen jongeren al zo moeizaam?

Om over het stuk zelf maar niet te spreken. Wat een wazig geformuleerd wangedrocht. En wat wil Hans nu zeggen, dat alleen ‘linkse’ mensen mogen schrijven of kunst maken? Dat we tot geweld moeten overgaan? Tegen de micro-fascisten? De hand aan onszelf slaan dus? Elders op het internet blijkt dat Hans Demeyer zichzelf verkoopt als Optimism & Transformation as a Service. Zou hij ooit een klant hebben weten scoren? Ik vrees van wel. Dit tijdschrift, bijvoorbeeld.

Het blad nY, dat een transgressieve rol speelde middels Dirk van Bastelaere in de afschaffing van kunstsubsidies, door ze eerst te annexeren en vervolgens op stomvervelende wijze alles zo op de spits te drijven dat geen mens het nog zou willen handhaven? Bedankt, jongens.

Gelukkig maar dat ze meer verstand hebben van ongelofelijk modieuze experimentele poëzie met heel veel woorden en een ongelofelijk gehalte aan betrokkenheid en verzint u zelf nog wat superlatieven en lees mee!

Literatuur, Kritiek & Amusement, indeed.

De nuchterheid in de literatuur neemt uiterst betrokken proporties aan

Leave a Reply