Neerlandistiek.nl – zo’n bastion vol zwartkousen, prevelaars en andere oerconservatieve krachten; het zal wel met het vreselijk nationalistische karakter van de ‘literatuur’ van doen hebben, waarom hebben juist de Nederlandse letteren zoveel kleine preveldichtertjes met enorme ladingen boter op het hoofd, mammoettankers vol roomboter, en het post maar en het post maar, het ene vergeten dichtertje na het andere, en heeft u al van Here Jezus gehoord, en O ja onze opleidingen lopen leeg, wat vreemd, laten we dit jaar Nooteboom nomineren voor de Nobel…tja. Een soort digitale vliegenstrip waar precies alles wat je niet wilt hebben aan komt kleven.

Stel je dwaalt als lezer een beetje nietsvermoedend over het internet en ineens pats bam die kleverige vliegenstrip vol brommende entiteiten VVVVVVVondelll VVVVVVVVVondelll
jezus gatverdamme, je poogt je los te trekken, die hakerige pootjes, die gaasbollenogen, VVVVVVVVVVondellll VVVVVVVVVVVondellll aaaargghhhhhhh waar is mijn verdelger, mijn kettingzaag, VVVVVVV… enfin u begrijpt het lieve lezer, zou het ooit hebben mogen lijken dat ik ‘wild om mij heen sloeg’ dan poogde ik slechts mijn eigen navigeergedrag op stellige wijze te corrigeren.

Nee, lieve lezers, die Vondelstrippen, die Michiel de Ruyterklonen met afzichtelijke plastic ringen, die stoffige commodekasten vol ranzige pedoboekjes – allemaal enkel het gevolg van de afwezigheid van een kritische traditie.

Genoeg, genoeg! Frisse lucht! Over vliegenstrippen gesproken – Menno Wigman vergeleek de Twin Towers in een gedicht over 911 met een vliegenstrip en het plan is opgevat deze levensgenieter te vereeuwigen in zijn eigen Smiths liedje, een plan waar hij zelf vast verguld over zou zijn geweest. Binnenkort meer.

Ik schreef zelf nu 9 dikke bundels. Of ja eigenlijk 8, mijn enige dunne bundel heet ‘lippenspook’ en dat is dan ook weer een conceptuele grap. En elk van die bundels had een zeer stevige dichtheid van goede werken en elk van die bundels werd door de kritiek goed ontvangen. De preconceptie van Ginneninne is weer heel positief, wat zou betekenen dat ik het klaar heb gespeeld om 9 bundels te schrijven zonder dat daar een ‘zwakkere bundel’ tussen zit – wat volgens mij een prestatie van formaat is.

Een oeuvre schrijven zo dik als dat van Achterberg voor je vijftigste is één ding, maar als daar dan ook nog nauwelijks een speld tussen te krijgen valt – u raadt het al, ik zit hier als een dikke tevreden vlieg op mijn eigen strip te brommen.

Zal ik alvast wat potsierlijke plastic ringen zoeken en een bontjas?

(Als je het mij trouwens vraagt kennen mensen Vondel eigenlijk alleen maar dankzij de vertaling die Bart van der Pligt maakte van Cemetary Gates…)

Nee, even wat interessanter zaken. De Canadese shapeshifterpopster Daniel Bejar bijvoorbeeld en diens vreemde muziek. Ik deed net wat experimenten met Phenibut, een russische substantie die gemaakt werd voor kosmonauten en sterk op het circuit van Gaba-receptoren gaat zitten. En deze muziek resoneert daar wonderwel mee:

The ninth studio album under the Destroyer moniker added a whole lot of Bryan Ferry to a pot already boiling over with copious amounts of Bowie, Dylan, and T. Rex. Bejar’s predilection for pairing Oscar Wilde-inspired, semi-apocalyptic witticisms with glam-kissed, minor-seventh retro pop remained intact, but where previous outings like This Night and Streethawk: A Seduction mined the ’70s for inspiration, 2011’s Kaputt utilizes ’80s sophisti-pop… en ga zo nog maar even door.