Het verschil tussen autisme en de psyborg

Omdat ik opgroeide met een vrij zware asperger weet ik goed wat autisme is en wat het niet is – in een vrij kwaadaardige poging zijn farmaceutisch bereik te rekken begon de psychiatrie alles als een ‘spectrumstoornis’ te behandelen – waardoor nu zo’n beetje elke psyborg zichzelf als een autist bestempelt, ze zitten op het spectrum! Maar helaas pindakaas: de kenmerken van psyborg-reductie hebben op een paar puntjes wel raakvlakken met autisme, maar het is niet hetzelfde beestje. In de praktijk is prima waar te nemen waarom: iemand als Rutte is heel erg psyborg, maar een autist is het absoluut niet, want hij is juist verschrikkelijk communicatief begaafd.

Een psyborg is iemand die wordt gedefinieerd door 3 hersennodes, waartussen een digitale werkelijkheid wordt geschapen die niets meer van doen heeft met de echte werkelijkheid en deze entiteit wordt op afstand aangestuurd door ‘de centrale’.

Een autist is juist iemand bij wie de installatie van de psyborg mislukte.

Dat kan deels zijn wegens een genetisch defect. Er is bij echt autisme altijd een hardware component aanwezig die duidelijk lichamelijk aanwezig is. Deze mensen kunnen absoluut niet op een normale wijze communiceren, zelfs niet als ze dat zouden willen. Er is een soort defecte verbinding tussen ‘een deels geïnstalleerde psyborg’ en een denkcentrum dat niet volledig met de psyborg samenvalt. Dat maakt ze ‘slechte psyborgs’ maar in wezen zijn ze eigenlijk juist menselijker. Ze kunnen zich niet aanpassen aan ‘hoe het hoort’ en vallen in een groep uit de toon, waardoor ze vaak stevig gepest worden net als mijn zuster voor haar kiezen kreeg op school.

Heb jij last van autisme dan is het van groot belang je te beseffen dat misschien niet jij de mislukte versie bent maar dat je juist wist ontsnappen aan erger.

Ook bij autisme is het activeren van slapende netwerken vaak een uitkomst. Een middel waar veel autisten goede ervaringen mee hebben is LSD. Dat is omdat LSD een helderheid in zich bergt die goed combineert met de vrij zuivere logica die veel autistische mensen bewaard hebben.

Een psyborg is eigenlijk juist het tegenovergestelde van een autist: een uitstekend netwerker, weet precies hoe het hoort, vult altijd de juiste vakjes in, een slimmerik, een overlever.

Die psyborg zit in iedereen, dus het is niet zo dat er onderscheid gemaakt kan worden tussen wel en niet. Het is een spanningsveld tussen drie generatoren die al een behoorlijke tijd bestaat en zichzelf repliceert middels voornamelijk het onderwijs. Een moderne ontwikkeling is dat een van de generatoren oververhit en overgroeid begint raken, de visuele generator, waardoor weer andere aandoeningen als ADHD zijn ontstaan.

Een innerlijk spanningsveld tussen 3 generatoren waarin de aandacht gevangen zit en dat middels signalen wordt aangestuurd door een centrale. In de perfectionering van het systeem merkte de parasiet dat de denkgenerator eigenlijk het best zo klein mogelijk kan worden gehouden. Er werd volop ingezet op de praatgenerator (praatprogrammas) en de visuele cortex. Zo werd een uiterst stuurbaar menstype gekweekt, dat nauwelijks to een coherente gedachtegang in staat is en enkel in dommige slogans kan denken. ‘Kun je dit ook wetenschappelijk bewijzen’ zou zo’n psyborg als reactie op deze tekst geven.

Doordat bij een autist de denkgenerator niet goed in het spanningsveld wil passen krijg je steeds een storing wanneer er sociale programmering aan bod komt. Voor de autist lijkt dat een ‘nepwereld’ en daar heeft hij of zij gelijk in, dat is het ook. Maar een heel gevaarlijke en aangestuurde nepwereld, die voor je het weet alweer een brandstapel klaar hebben staan (of bij je Verzameld Werk staan schreeuwen dat het ‘tongentaal’ is alsof zo’n luie boerenpsyborg CDAKOP ook maar een schijn van de Spaanse wreedheid zou kunnen imiteren) – ach, daar breekt bijna weer mijn psyborg door.

De vraag of autisme te behandelen is is wellicht de foute vraag. Misschien moet juist de normale mens behandeld worden, in elk geval tot hij zich niet meer als een kip zonder kop door een centrale laat aansturen. In een plastisch brein, en elk brein is een plastisch brein, is bijna alles mogelijk, de hamvraag die je jezelf moet stellen is: wat wil ik zijn? En vooral ook: wat is een pad met een hart? Want Anaam heeft in deze video gelijk, wie geen interesse in precies die vraag heeft is als mens compleet verloren en is overgenomen door een psyborg:

 

 

Supercharge your autism

Waarom is het eigenlijk zo dat een autist in de war raakt als je een gewoonte verandert? Dit is mijn theorie daarover:

De psyborg heeft een heel klein en heel beperkt evaluatie-circuit. Het gros van zijn evaluaties is uitbesteed aan de centrale. Wanneer een dagelijkse gewoonte wordt aangepast checkt hij wat gangbaar is bij de centrale en past zich vrij soepel en automatich aan.

De autist heeft een veel beter ontwikkeld evaluatie-circuit en juist een slechte verbinding met de psyborg-centrale. Verander bij hem of haar een gewoonte en zijn evaluatie-circuit treed in werking, waardoor er plots een complex probleem ontstaat dat hij zelf op moet lossen. 

Daarom is het veranderen van een gewoonte voor een autist zo vermoeiend en verwarrend en voor de psyborg niet. Dat is zo omdat hij eigenlijk beter functioneert, tenminste, als je functioneren als individu bedoelt. De psyborg functioneert prima, maar wel altijd in hive-modus

Twee soorten aandacht

Tolteken kennen twee soorten aandacht: een eerste en een tweede aandacht. De eerste is de aandacht die je in deze wereld hebt, de tweede de aandacht die je in de droomwereld hebt. 

Bij een psyborg is die droomaandacht overdag eigenlijk nauwelijks aanwezig of toegankelijk. Zijn twee identiteiten zijn bijna losgesneden van elkaar, en daarom kan hij zo ‘goed functioneren’ in deze werkelijkheid: hij heeft geen last van dat ‘dubbele effect’.

Je raad het al, de autist heeft dat juist wel, die is zich constant van dat dubbele bewust. Dat maakt het lastiger dagelijkse zaken te verrichten en met name daarom is de autist zo’n liefhebber van starre gewoontes: hij kan dan in zijn tweede aandacht blijven en de toch ook goed functioneren in de eerste. Verander die gewoontes echter en zijn evaluatie-circuit slaat op hol: complex! Complex!

Dat probleem heeft de psyborg niet. De centrale zegt handjes wassen, wij gaan de handjes wassen. Wel heeft de psyborg iets ingebouwd dat hem overtuigt van het eigen individualisme: twee keer per maand ongeveer zoekt hij iets bij de centrale op, en dat opzoeken is het bewijs van zijn onafhankelijkheid en geleerdheid.