Wat een stapel!

Wat een stapel!

(Origineel verscheen op substack)

Zonder dat er A.I. aan te pas kwam – hoewel ik tegelijk ook de eerste was die A.I. in een bundel gebruikte: in Gedichten om te Lezen in het Donker staat een schilderij dat ik met A.I. maakte, een van de eerste art generators. En ik heb A.I. de spelling en het Engels laten controleren van de twee laatste boeken, maar verder gebruik ik A.I. niet om te schrijven. Daar is het ook niet geschikt voor – je zou zoveel bij moeten sturen dat je meer tijd kwijt bent dan wanneer je de stukken direct schrijft. Maar het is wel een goede spellingcorrector – is dat gezeur van de ongeletterden (want dat ben je als je niet weet dat legio grote dichters slechte spellers waren, en dat neoliberale trucje om overal de editors te ontslaan en vervolgens alles op het bord van de dichter te leggen, met de zich-beroemd-wanende zealoten van een pijlsnel achteruit vliegend onderwijs aan je slip – mijn god, wat een kleineklokjesfrituur…)

Enfin, zo’n stapel is natuurlijk een beetje een ‘wie heeft de grootste’ maar wat voor mij belangrijker is is dat er geen enkel boek tussen zit dat ik als matig zou bestempelen achteraf. Alles op deze stapel is minstens goed. Van de hele stapel zijn slechts 3 boeken lovend in de grote media besproken. De rest is een cordon sanitaire omheen gelegd door neoconlinks, maar wel steeds artikelen blijven produceren dat de grote schrijvers ontbreken. Tja, wat moet je met zulke types? Daarover heb ik nu al wel genoeg geschreven.

De foto is van Jurgen Eissink. Hier schrijft hij over zijn verzamelwoede

Wat passief agressief woord toch weer. Pageturner, verzamelwoede. Hemeltjelief, ooit was het juist het stigma van een grote geest, tegenwoordig moet alles wat naar intellect ruikt verdacht worden gemaakt.

Gister heb ik mijn beroepschrift aan de rechtbank ingeleverd. De beste man wou de mooie map die ik had gemaakt niet hebben. Het voelde bijna alsof hij dat als een soort omkoping zag. Uit den boze! Maar dan moet je ook dezelfde papiersoort eisen, etc. Nu ja, het is klaar, het zal mij benieuwen wat de uitkomst gaat worden.

We hebben de blauwe maandagen alweer achter ons, jongens. Laat ik dan maar afsluiten met een Vestdijk citaat:

Bezetenheid is het beste te genezen door het zelf te bezitten. Verder ken ik ‘r een, die is uit Oss afkomstig; nou, meneer weet hoe ‘t dáár toegaat, in Oss, daar vermoorden ze hun eigen vader als ze jarig zijn.

O wacht, ik vind op facebook een artikel terug dat ik vier jaar geleden schreef:

Recentelijk schreef Arjan Peters in de Volkskrant: “Onder de slechte dichters behoort Goudeseune tot de behoorlijk goede. De zelfkennis die uit ‘Profeet’ spreekt, is te prijzen. Maar de woorden komen niet van de grond.”

Een andere recensie volgt, op Meander, door Hans Puper: “In het eerder genoemde gedicht ‘Vrachtbrief’ noemt de ik, die sterk op Goudeseune lijkt, zich een middelmatig dichter die af en toe een goed gedicht schrijft. Het zij zo. Wat voor hem pleit, is dat hij een herkenbare stem heeft.”

Nu ken ik het oeuvre van Goudeseune behoorlijk goed, en beide suggesties hierboven dat het om een middelmatig dichter zou gaan – zelfs Goudeseune zelf meent abusievelijk dat een middelmatig dichter iemand is die af en toe een goed gedicht schrijft, tussen een hoop matige gedichten. Dat is echter onzin. Een middelmatig dichter is een persoon die nog nooit een goed gedicht heeft geschreven.

Hoeveel goede gedichten schreef Leopold? Eén of twee. En toch was hij gewoon een goede dichter. Geen groot dichter, nee, daarvoor moet je inderdaad een groot aantal goede gedichten weten te pennen.

De hiërarchie is dus: slecht – middelmatig – goed – groot.

Een slecht dichter is ook een dichter die nog nooit een goed gedicht heeft geschreven, maar eentje die – in tegenstelling tot de middelmatige dichter – daar ook geen boekjes, recensies of andere uitingen van intellectueel elitisme voor nodig heeft. Of is het juist andersom? Verwar ik hier de slechte met de middelmatige dichters?

Maar de echte strijd begint pas tussen goed en groot. Daar heerst een schier onoverbrugbare kloof, en het is weinigen gegeven die te slechten. Maar een dichter die af en toe een goed gedicht schrijft? Gewoon een goed dichter, dus. Laat u niet in de maling nemen door mensen met een telraam die de grootste moeite hebben zelf orde te houden.

Een man als Hans Puper – een matig gedicht prijst hij aan, maar waar het scherp wordt, volgt de veroordeling – terwijl het juist pas bij die kritiek op het Liegend Konijn spannend wordt. Juist die bijtende kritiek op het Liegend Konijn is de moeite waard. “Je laat dichters aan het woord / zoals een zwembad zwemmers, / met als enige discipline: schoolslag” – prachtig, geen speld tussen te krijgen. Een goed gedicht, van een goed dichter.

Het probleem hier heet: perspectief. Het is giftig om mensen die een goed gedicht hebben geschreven middelmatig te noemen. Maakt het uit hoeveel goede gedichten iemand heeft geschreven? Natuurlijk maakt dat uit, maar enkel om te bepalen of we met een groots dichter van doen hebben.

Het idee echter dat je het goede middelmatig gaat noemen, door op kwantiteit te letten, is bijzonder giftig. Wat je dan namelijk doet is niet zuiver: je rekent een individueel gedicht af op de massa. Om een goed dichter te zijn, hoef je echter geen massa goede gedichten te schrijven. Een enkel gedicht volstaat al. En dat is al moeilijk genoeg te bereiken voor de meeste mensen.

En waaraan ligt het precies dat men tegenwoordig dit kwantiteitsargument meent te kunnen maken? Juist: men heeft een hekel aan lezen, wil niet het hele oeuvre tot zich nemen maar de gedichten die langswaaien ‘turven’ om zo tot een gemakszuchtig oordeel te komen. 1 van de 5 goed? Middelmatig dichter. Het is de ‘social media equivalent’ van literaire kritiek, een buitengewoon giftige.

Wie stond er overigens vooraan te dringen toen er een film over het leven van Koenraad Goudeseune werd vertoond? Schoolmeester Puper. Wat gek, ik zou zelf nooit naar een film over een middelmatig dichter gaan kijken. Waarom mijnheer Puper dan wel? Raadsels, raadsels die je zelf liever uit de weg gaat. Het is al moeilijk genoeg om de schoenen schoon te houden op anders te betreden paadjes.

Martinus 17-01-2024

Over mij

Martijn Benders publiceerde zesentwintig boeken, waarvan achttien in het Nederlands. Door critici als Komrij en Gerbrandy is hij tot een van de grootste talenten van zijn tijd benoemd. Hij schreef ook drie filosofische werken waarvan eentje in het Engels over de Amanita Muscaria, de Vliegenzwam. Publicerend op het internationale podium van The Philosophical Salon kreeg hij ook internationaal erkenning als een van de meest bijzondere denkers van Nederland.

Boeken

Er bestaat een aanzienlijke groep linkse individuen die zich krachtig verzette tegen het heersende corona-verhaal, waaronder enkele van ‘s werelds vooraanstaande filosofen, zoals Agamben en Kacem. Dit standpunt werd echter sterk gecensureerd en in een kwaad daglicht gesteld door wat men ‘neocon-links’ of ‘woke-links’ noemt, als behorende tot iets dat enkel geassocieerd zou worden met wat zij als ‘extreemrechts’ beschouwen. In mijn boek bespreek ik de redenen achter deze acties, de onderliggende motieven, en hoe dit kenmerkend is voor een nieuwe vorm van fascisme die erop uit is om de macht permanent te grijpen.

Het middenstuk van het boek wijdt zich aan poëzie. Het bevat een prachtige selectie van gedichten uit het Middellandse Zeegebied, van dichters uit Turkije en Griekenland, die gevangen zijn genomen en gemarteld door het regime.

Het laatste deel van mijn boek is een manifest tegen het literaire nihilisme, zoals dat tot uiting komt in het Letterenfonds. Het onthult hoe dit fonds gedomineerd wordt door een groep christenen en ‘wokies’, wat onwenselijk is in een vrije samenleving.

“Amanita Muscaria – The Book of the Empress” is an exceptional work that establishes a benchmark in the realm of mycophilosophy. While one could perhaps categorize the book within the domain of Art History, such a classification would fail to do justice to its true essence. Primarily, this captivating text explores the evolution of humankind, making it a standout in its field.

Amanita Muscaria – The Book of the Empress – De Kaneelfabriek, 2023

Jij hebt geen tijd dit te lezen, maar dat is omdat je allang geen mens meer bent. Leefde er wel nog iets van de originele persoon in jou, de
oude mycelia van de kindertijd, dan zou je van dit boek heel wat opsteken, sterker nog zal het misschien met zijn magische kennis je meest nuttige bezit worden. Een boek over de menselijke fantasie, en
hoe deze in de ijzeren greep wist te raken van transdimensionale kakkerlakken. Voorts ook nog magische tips om je leven en je tijdsversnelling substantieel te verbeteren, en ook maakt M.H.H.Benders nog even luchtig gehakt van de hele Nederlandse literatuur, wat wil je nog meer!

Facebook
Twitter
LinkedIn