De cactus

Wisten jullie dat de cactus familie is van de biet en de spinazie? Ze zitten in dezelfde familie, de  Caryophyllales. En ook de vleesetende planten horen daar thuis, een beetje een mengvorm tussen  plant en zoogdier misschien, met ook een soort huid…

Lees meer op Patreon

Huxley and Botticelli

Botticelli is hands down my all time favorite painter. Did you know there are over 500 identified plant species depicted in Prima Vera above alone? Fivehundred! There are no words for the sort of ‘layederity’ this magician put in his paintings, but it doesn’t surprise me its Boticelli that appears in the first chapter of Huxley’s ‘The Doors…

Lees meer op Patreon

Sinterklaas spelen in het verleden

Geachte heer xxx

Mag ik u vriendelijk danken voor uw inzending, fijn dat u aan de Honingzaag wist denken.Wij zijn echter een blad waarin dit soort schoolse artikelen geen plek krijgen – de focus ligt op pure poëzie en pure filosofie, zonder referentieel schools kader. Ook hebben wij door de bank genomen meestal een uitgesproken hekel aan vergeten dichters, dit omdat wij het oprakelen van zulke ervaren
als een compensatie-fenomeen.

Met vriendelijke groet,

Martijn Benders – Hoofdredacteur, de Honingzaag

Mijn theorie is namelijk dat men duizenden ‘vergeten dichters’ oprakelt om te verdoezelen dat er structureel iets niet klopt, ergo men compenseert een fout nu met een ideaal verleden, terwijl ik eigenlijk nog nooit een ‘vergeten dichter’ erbij zag zitten die niet terecht vergeten werd…

En dan kun je natuurlijk poneren dat dit voor de ambtenaar een manier is om op een wel heel verdekte manier te protesteren tegen de structuur waarin hij gevangen zit, maar het is natuurlijk een manier die meer kwaad doet dan goed. Duizenden en duizenden belabberde vergeten dichters oprakelen, alleen omdat je zelf niet lekker in je stoel zit? Wat voor doel dient dat? De mensen een nog slechter beeld geven van de Nederlandse poëzie?

Kortom, men censureert in het heden, en speelt ter compensatie sinterklaas in het verleden. Nee, daar trappen wij vrije geesten niet in.

Weg met de vergeten dichters! En ook de vergeten genocide is voor ons van geen belang, heb het liever over genocides die nu gaande zijn, genocides waar we nog iets aan kunnen doen. Waar u, mijnheertje in de stoffige stoel, nog iets aan kunt doen.

Nederland en België hadden geen duizenden en duizenden dichters die onze aandacht waard waren. Ze hadden er misschien tien, twintig. Door net te doen alsof dat niet het geval was bent u bezig met het kapot maken van de publieke interesse in de poëzie, en dat allemaal omdat u niet lekker in uw stoel zit.

In mijn vorige post zagen we dat in de ‘literaire canon’ bijna alle belangrijke dichters uit de twintigste eeuw ontbreken. Een excuus voor dat ontbreken is er niet – ze zijn allemaal dood, bekend, gelezen. Tegelijkertijd worden door de letterknechten duizenden en duizenden ‘vergeten’ amateurdichters opgerakelt. Je moet naar mijn mening stekeblind zijn om niet te zien waar dat rookgordijn toe dient.

De blinde vlek in de canon: het hakenkruis

Analyse van het beeld

In vergane dagen hield ik in Istanbul het hoofd boven water door geld te verdienen met mijn zelf-ontwikkelde ontwerpersvaardigheden. Een deel van die vaardigheden betrof logo ontwerp, wat eigenlijk de moeilijkste tak is aan de ontwerpboom. Anderzijds heb ik altijd veel interesse gehad in het analyseren van propaganda, en hoe deze propaganda zich in beelden weet vertalen. Ik ben dus denk ik een geschikt persoon om met een professioneel oog naar de beeldvorming rondom de canon van de Kantl te kijken.

Wat allereerst natuurlijk opvalt: ik ken eigenlijk geen enkel bedrijf die zijn gebouw in het logo zou zetten. Stel je een logo van Philips of Shell voor waarin een of ander hoofdkantoor staat afgebeeld. Het roept meteen de vraag op: waarom? Ben je zo trots op je gebouw dan? De geschiedenis van KANTL doornemende begrijp ik dat wat ambtenaren het gebouw ooit cadeau kregen van de verschrikkelijke tiran Leopold, en klaarblijkelijk waren ze daar zo trots op dat meer dan honderd jaar later het gebouw nog steeds in alle logo’s dient prijken.

Een gratis gebouw! Kijk eens, wat een mooi gebouw! Wij hebben een gebouw! Och och, het is bijna aandoenlijk hoe blij letterknechten zich soms kunnen gedragen na een kadootje van een tiranieke pedofiel. Van Michel Beuls begreep ik dat wie binnenstapt bij de Kantl meteen wordt aangestaard door schilderwerken van Leopold, die nog immer in de lobby hangen. Goed goed, wij hebben een gebouw, lang leve het gebouw en de tiran, en we mochten een Canon maken. En daar moet ook weer ons gebouw op!

Ik zou als modernisering van het logo aanraden daar een serie tiny houses op te zetten.

Maar laten we nu eens een wat scherpere blik op het logo van dienst werpen. Het is een vreemd logo, want er zit allerlei pixelrommel in die je ziet als je inzoomt, en dat betekent dat iemand heeft zitten knippen en plakken met het oude logo, er was geen geld om een designer in te huren denk ik.

Opvallend is het keltische kruis bovenin het logo dat verdacht veel weg heeft van een hakenkruis.

Het blijkt na nader onderzoek naar het echte gebouw gewoon een of andere weerbol, maar dat heeft zich ‘toevallig’ bij het omzetten naar een logo weten vertalen naar een hakenkruis, en wordt door de visuele cortex ook als dusdanig geregistreerd.

Omdat ik aanneem dat het logo toch enige vorm van evaluatie heeft ondergaan moet ik hier concluderen dat dit geen toeval is, en hier doelbewust een van een racist kado gekregen gebouw met een hakenkruis erop wordt gepresenteerd als idee van een ‘canon’.

Dat lijkt me op zijn minst gezegd nogal merkwaardig. Waarom zouden de letterknechten dit beeld bij iedereen in het hoofd willen prenten? Goed goed, ik snap die bombast van zo’n roccoco gebouw, welke eigenlijk natuurlijk de piramide weer is, gebouwd door allerlei slaven, och och zet er toch zo snel mogelijk wat tiny houses neer, jongens, in plaats van deze wel heel vieze blinde vlek.

Merkwaardig genoeg had het SS hoofdkwartier in Berlijn precies dezelfde rococo structuur:

Als beeld levert het als totaalplaatje een wel heel sinister beeld op. Persoonlijk denk ik dat de eerder vermelde dystopische luiheid hier een rol speelde, want ik geloof niet dat we hier met een nest oude oorlogscriminelen van doen hebben, hoewel je dat nooit helemaal zeker kunt weten. Het is in elk geval een groepje lui die flink hun best doen de literatuur te beïnvloeden, en daar zie je al wel een zekere tirannieke invalshoek in.

Bovenstaande leverde een discussie in de mail op met Marc van Oostendorp. Hij beweert bij hoog en laag dat hij geen hakenkruis kan zien in het symbooltje. Hij schrijft dat deze beeldanalyse mijn stuk over de canon zwakker maakt, de tweede wereldoorlog er met de haren bijslepen. Mijn antwoord:

Juist wel, want het stuk gaat over het fenomeen van de ‘blinde vlek’. Er zijn technisch maar twee manieren waarop het brein dit kleine symbool kan registreren: als keltisch kruis, ook een nazi symbool, of, als je wat beter kijkt en het aanvullende visuele register zijn werk laat doen – als een hakenkruis. Het symbool is hoe dan ook een fout symbool. Als logo ontwerper kijk je altijd naar hoe een logo door de massa kan worden geregistreerd, dat is onderdeel van je werk. Dat jij er hoogstpersoonlijk (en nogal recalcitrant) er wel erg nadrukkelijk geen hakenkruis in kunt zien doet dan niet ter zake, het gaat niet om jou maar om het collectief. Zelfs al ziet maar 10% van de mensen er een hakenkruis in, waarom zou je dat risico willen nemen?

Wat is de canon eigenlijk?

Eerder had ik het over de canon als een ‘leeslijst’, bedoeld om wat onnozele types een idee te geven wat het lezen waard zou zijn, een en ander in een soort scholestiek verband bedoeld.

Toen ik er echter wat dieper over nadacht brak dit beeld eigenlijk in stukken. De canon kan helemaal geen leeslijst zijn, want er is geen enkele reden waarom de prachtige Tjechov vertalingen van ……. niet op deze lijst zouden horen, en literair veel minderwaardiger lokale producten wel. Nationalisme hoort in de literatuur niet thuis, al zeker niet op een leeslijst die zich op kwaliteit beroept. De canon kan dus nooit een leeslijst zijn, maar wat is het dan eigenlijk wel?

Het woord ‘canon’ is afkomstig uit religieuze hoek, κανών (kanoon: richtsnoer, maatstaf) en wie een canon wil neerzetten is dus bezig met normering. Maar wat voor normering? Men doet het voorkomen alsof het allemaal om iets als ‘literaire kwaliteit’ draait. In werkelijkheid is het denk ik iets anders, namelijk een gallerie nationale heiligen, die de functie heeft te laten zien welk GEDRAG door de orde wordt beloond met de eeuwigheid.

De punt van de piramide staat in het heden, en de inherente boodschap is dat in het hier en nu niemand goed genoeg is, terwijl in het verre verleden allerlei rolmodellen opdoemen.

Wie bijvoorbeeld de poëzie ietwat serieus neemt ziet dat bijna alle belangrijke dichters uit de twintigste eeuw ontbreken, van Rodenko tot Snoeks tot ter Balkt tot Ouwens tot Faverey, en deze echte dichters zijn vervangen door ‘rolmodellen’ als Bloem en Gerhardt, terwijl geen poëziekenner die zijn zout waard is de mening zou zijn toegedaan dat deze twee superieur waren: de echte reden dat deze twee er staan heeft enkel met een ander soort kwaliteit van doen: de kwaliteit van de figuur als gedragsmodel.

Het viel mij al langer op dat literaire prijzen eigenlijk gedrag belonen: wie het juiste politieke geluid laat horen, zich voorbeeldig als een rolmodel gedraagt, een zekere voorspelbaarheid ten tonele voert en niet al teveel afwijkt van de norm krijgt een prijsje.

De ‘canon’ is dus de ultieme gedragsprijs, waarmee de overheid wenst communiceren wat voor types schrijvers ze wenselijk acht. Dat zijn vooral zwijgende, onderdanige en religieuze types. Gedraag je zo en je zult de eeuwigheid waardig zijn.

Ook over het andere ultieme prijsje, de Nobelprijs, zwaait de KANTL de scepter. Hoe nu, en de baas van de canon en de baas van de andere ultieme prijs, dat is toch geen wenselijke structuur? En wie echt een wrang beeld van dystopische luiheid wil krijgen moet maar eens de nobelnominaties van afgelopen 50 jaar doornemen. Ik begreep van een bestuurslid van een van de deelnemende organisaties dat je jaarlijkse nobelnominatie als een hamerstuk in een minuut voorbij komt. ‘De nobelnominatie: dit jaar weer Nooteboom, iemand bezwaar? Nee? Klaar.’

En wie analyseert ‘waarom’ dan juist Nooteboom stuit op een lui, schimmig verkoopcijferpraatje over ‘het goed doen in Duitsland’, alsof het dan nog over literaire kwaliteit zou gaan. Nee, het waarom boeit hen in werkelijkheid geen moment: Nooteboom wist het verdienen door zich voorbeeldig te gedragen, als een soort voorbeeldige exponent van de toerismesector. En dat terwijl een modern mens toch eerder de vraag zou stellen hoeveel Co2 Nooteboom wist opwekken met al die muse-reisboeken?

Hoe nu verder?

We mogen dus met een gerust hart stellen dat die hele ‘canon’’ en alles wat er aan vast kleeft een blinde vlek genoemd mag worden, die het beste zo snel als het maar even kan dient worden vervangen door een structuur die de literatuur wel serieus neemt. Ik zou willen voorstellen dat die vernieuwing begint bij het beeld, een mooi stuk braakland met wat tiny houses is een modern beeld van het moderne schrijversschap. Verder dient de oude reptielenpiramide te worden ontmanteld, en dient er weer jaarlijks een levendige discussie plaats te vinden over wie te nomineren, en dienen de organisatoren van de canon en de nobel niet in dezelfde handen te liggen. Dan is er misschien een klein begin.

Conclusie:

De canon is een dystopische structuur die als functie heeft gedrag te normeren, een structuur die zich stoelt op een oude reptielachtige piramide die als wezenlijke boodschap heeft dat niemand ooit goed genoeg is, maar dat wie zich netjes weet gedragen ooit de hemel zal weten verdienen. De structuur heeft met echte literatuur niets van doen. Wie belang hecht aan deze structuur maakt het meest kans op een plekje door onderdanig, religieus gedrag (Gerhardt) of je te gedragen als een alcoholische loser (Bloem), religie en alcohol zijn de pijlers van dit systeem, slaafsheid en domheid. Domweg gelukkig met wat er bestaat!

De Blinde Vlek

De Blinde Vlek

Ik zie een hele kleine versie van mezelf, een miertjesmartinus
voor een hele schattige minipyramide staan, en uit het raam
van verdieping 45 steekt een minimiertje het kopje met pet,
een poortjeswachter, en hij zegt we hebben een blinde vlek
die jij zelf in mag vullen, mierenmartinus.

En ik ervaar
een heel mooi klein stukje mierengeluk,
iedereen kan naar het topje, zelfs mierenmartinus zelf.
Dankjewel! Maar leun niet zo uit dat raampje.
U heeft zo’n schitterende pet.

https://literairecanon.be/nl/werken/blinde-vlek

Restanten van het kolonisme

In de vorige aflevering besprak ik het standbeeld als fenomeen: van representatie van de zittende macht naar snuisterij en kunstzinnig object. Ik betoogde dat we terug zouden moeten keren naar de oorspronkelijke functie van zulke beelden: ijkpunten van machtswentelingen. Door niet langer de gevestigde orde in beelden te gieten scheppen we als het ware onzichtbare beelden, die niet meer omver kunnen worden gehaald. Het onderwerp ‘kolonisme’ weet me vaak te bevreemden; en dat is met name te wijten aan de focus die in die discussie vaak opdoemt. Voor mij is een typische restant van het kolonisme bijvoorbeeld het met paarden inrijden op betogers, wat je tijdens de demonstratie in Den Haag weer zag: Arnold Karskens doet verslag

Het is dieronvriendelijk, het is gevaarlijk, het heeft eigenlijk geen enkele functie en zover ik weet doen we dit enkel in Nederland. Maar nee, niemand heeft het hierover, maar we gaan het wel hebben over een of andere straatnaam. Dat vind ik dan een bizarre vertekening.

Natuurlijk, grote delen van ons bestel stammen wezenlijk uit de koloniale tijd, denk alleen al aan ons koningshuis. Dat maakt het in zekere zin onmogelijk het over kolonisme te hebben zonder het ook te hebben over het bestel wat we eraan wisten overhouden. Toch is dat precies wat je ziet gebeuren: symboolpolitiek, vooral bedoeld om bepaalde groepen mensen tevreden te houden.

Als deze coronatijd iets liet zien is dat Nederland wel heel centraal wordt aangestuurd. Je mag het normaal vinden dat de hoofdredacteur van de Volkskrant laat weten dat in een crisissituatie kritische geluiden niet welkom zijn. Ik heb de tegengestelde mening: juist in een crisissituatie moeten zoveel mogelijk kritische opties en stemmen worden meegewogen. Want om een kordate beslissing te kunnen nemen moet je alle invalshoeken meewegen.

Maar in het kolonismedebat is dat mijn kleine bijdrage: niet langer met paarden op betogers inrijden. Dat is niet meer van deze tijd, onbeschoft, niet respectvol, gevaarlijk en gewoon onnodig. Dat vind ik belangrijker dan een straatnaam in Zuid-Lutjevoren.

Kom ons redden, Hugo, met je anderhalve meter.

Hugo de Jonge op het journaal in een daadkrachtige lichaamshouding met een haast cataleptisch schoolmeestersnikkeltje. Klaar om ons te komen redden in deze moeilijke tijden. Straffen en beschermen. Hij schijnt ooit leraar geweest te zijn, op een basisschool. Het CDA gaat weer glorieuze tijden tegemoet. Glimmende pakken en dandy schoenen. Dat aangaande, is het iemand ook opgevallen dat de pakken die de weermannen op het nieuws dragen er bepaald niet beter op werden door de jaren, het doet soms echt pijn aan je ogen. En die weerdame die altijd reusachtig hoge hakken draagt. Zelf ben ik geen fan van daadkrachtige lichaamshoudingen. Als iemand gaat staan alsof hij klaar staat om je in een wurggreep te leggen en er met je portemonnee vandoor te gaan roept dat bij mij tenminste geen veilig, vertrouwd gevoel op, maar ik schijn dan ook niet op de gemiddelde burger te lijken, die juist in glimmende pakken een betovering weet ontwaren.

Misschien kom ik gewoon uit een ander tijdperk, en kan ik een mooie narcistische glans gewoon niet op waarde schatten. Bijna al die mannen hebben tegenwoordig zo’n glans, Thierry, de Jonge, Klaver. Soms zie je nog wat cocaïnerestjes op het rever liggen. Daadkrachtig zijn ze allemaal wel, maar daar moet je dus van houden. Zijn dit het soort mannen die boven komen drijven in een wat matriarchischer samenleving? Of zijn het juist mannen die graag het scherm zien glimmen van de colportabele daadkracht?

Ik denk toch echt het eerste – mannen houden niet zo van zulke bezwangerende glimpalen en zien denk ik liever bedaagde, wijze oude figuren. Maar het is misschien niet eens het gevolg van het overal installeren van schooljuffen en koffiejuffrouwen als feministische supergolf: is het niet eerder zo dat de man zelf feminiseerde afgelopen decennia, en dat we daarom nu opgescheept zitten met deze cokerikken die overal penetrant staan schitteren. Kom ons redden, Hugo, met je anderhalve meter.

Politiek is porno. De obsessie met lengte kennen we ook uit die industrietak. Onderwijl werd die anderhalve meter gebaseerd op een Harvard onderzoek naar tubercolosis uit 1930. Hele harde wetenschap, want hij is inmiddels al een eeuw staande.

Ik krijg nu ook te horen dat precies de helft van mijn boekenkast uit vrouwen dient bestaan, anders ben ik een seksist. Nu heb ik nooit een boekenkast(1) gehad, dat scheelt weer. Gaan ze dit ook bij vrouwen controleren? En hoe gaat die boekensharia heten? Mag je de boeken nog wel door elkaar zetten, of moet er een mannendeel en vrouwendeel, zodat je makkelijk in een oogopslag je correctheid kunt etaleren?

(1) Ik stam uit een tijd waarin men zijn opperste best moest betrachten niet ‘burgerlijk’ te zijn, en als ik al die truttige schrijversportretten voor boekenkasten zie weet ik dat mijn generatie bijna unaniem wist falen.

Mondkapjes in het OV: zin en onzin

Mijn vader mag deze week voor het eerst weer bij mijn moeder op bezoek, maar hij moet zich wel identificeren met zijn paspoort, anderhalve meter afstand houden en een mondkapje dragen. Die paspoortidentificatie lijkt me heel wezenlijk, je wilt immers niet dat er random personen opduiken die graag een dementerende vrouw bezoeken. Gister ging ik pannenkoeken eten in Groningen, maar we dienden eerst een vragenlijst in te vullen. En we mochten niet buitenom naar het terras lopen, want dat was schijnbaar gevaarlijk, iedereen moest door dezelfde smalle binnenruimte. Die coronacrisis is gewoon de luizenmoeders in het groot.

Maar wat ik overal zie zijn maatregelen die de kans op infecties eerder verergeren. Zo moest ik van de week in de rij staan om de supermarkt in te mogen, een 20 minuten, en iedereen stond op 30 cm van elkaar. Dat invullen van een vragenlijst is ook al zo’n lumineus idee.

De communicatie rond de mondkapjes die sinds gister in het OV verplicht zijn was ook bizar. Eerst was er sprake van boetes voor medische mondkapjes, toen weer niet, toen was een sjaal ook goed, etcetera.

Met medische mondkapjes bedoelt men stofkapjes die zijn gemaakt voor de FFP standaard, en die worden getest op fijnstof, die hele standaard is op fijnstof gebaseerd. Die virusdeeltjes zijn echter veel kleiner, dus niet zo vreemd dat het RIVM met de boodschap komt dat mondkapjes je niet beschermen. Waarom men niet juist de HEPA norm gebruikt? Omdat tot dusverre HEPA filters nooit voor persoonlijke bescherming werden gebruikt.

De airstring is een mondkapje dat naar HEPA norm is gemaakt, en dat zijn dus geen medische mondkapjes, omdat alleen die stofnorm wordt geaccepteerd. Dat is naar mijn idee niet verstandig, al zeker niet omdat zo’n stofkapje veel lagen dient hebben om fijnstof af te vangen, en ademen ermee behoorlijk moeilijk is.

Bij de Kaneelfabriek is ook een versie verkrijgbaar met poëzie.

Jammer ook dat men al die ouderwetse schuifraampjes uit alle treinen heeft verwijderd, want de trein kunnen luchten zou ook al heel wat schelen om een airborne virus tegen te gaan. Misschien moet de NS maar eens gaan praten met Filtech, want in principe zou het mogelijk moeten zijn een HEPA systeem voor treinen te maken.