Heb je hem weer

Ilja Pfeijffer duikt op: Arjan Peters is kwaadaardig

Is dat niet dezelfde auteur die zelf in een boek uitgebreid zat te snoeven met welke schrijfsters hij het bed had gedeeld, waaronder de nu-geloof-ik-ex van Peters, Hagar Peeters?(1) Je moet eens bedenken wat voor persoon mensen op die wijze in een boek gaat zetten. Over strategische kwaadaardigheid gesproken.

Nee, Dronky Chotte is niet onze moralistische leermeester. Beter grijpen we terug naar een artikel van Johan Sanctorum:

Dat is in wezen het drama van de cultuur: 99% van wat zich in de bovenste regionen van de samenleving bevindt, is nefast voor het voortbestaan van de menselijke soort

Lees het artikel

  1. En was mijnheer ook niet krantenrecensent en bloemlezer toen hij die schrijfsters ‘veroverde’? Mijn god, wat een ellendige klucht.

Wij hebben maling aan gedragscodes

In het vorige postje besprak ik het absurde gedrag van Bas Kwakman. Ik wil nog even aanvullen dat Kwakman wel degelijk bij de performance aanwezig was en mij hoogstpersoonlijk het podium op zag stappen, dus van ‘horen zeggen’ is de informatie niet. Je zou dan kunnen beargumenteren dat de man een bizar slecht geheugen heeft, maar ook dat argument valt al snel door de mand: zou hij de performance slecht herinneren, dan zou ‘De buddinghprijs moet serieus worden genomen!’ bijvoorbeeld incorrect in zijn boek zijn verschenen als ‘De buddinghprijs hoeven wij niet serieus te nemen!’ of iets dergelijks.

Maar dat is niet wat hier gaande is. De man fabriceert iets dat nul raakvlakken heeft met de werkelijkheid(1),. en waar het mij dan om gaat is dat dit voor een directeur volstrekt onbetamelijk gedrag is: zo gedraag je je als directeur niet. Een directeur dient objectief te zijn, boven alle partijen te staan, en ga zo maar even door – ik ga hier niet het hele handboek citeren, maar mijn punt is dat dit breekt met de gedragscode, amateuristisch is en gewoon een directeur onwaardig.

Dat bewustzijn ontbreekt in Nederland nogal eens, zeker in de cultuurwereld. Arjan Peters raakt in opspraak, maar uit een artikel uit Vrij Nederland van 2005 blijkt al dat men ‘gedragscodes’ in dat amateurcircuitje volslagen overbodig acht: wij evalueren onszelf wel, zo klinkt het dan.

Wij doen niet aan gedragscodes, artikel uit de VN

Niet zo raar dat je dan 15 jaar later met de gebakken peren zit., Peppelenbos poogt op het weblog Tzum te beargumenteren dat recensenten het recht hebben te seksen met schrijvers. Maar dat is volstrekte lariekoek: een advocaat heeft ook niet het ‘recht’ te seksen met verdachten of met getuigen. Heeft hij dat ‘recht’ wel dan wordt de hele rechtsspraak met een loopje genomen. Wie de literaire kritiek serieus neemt kan er niet omheen dat seks in het proces überhaupt geen rol dient te spelen, op geen enkele wijze, want het is nooit te meten in hoe verre de recensie in het proces een rol speelde.

Gedragscodes zijn geen overbodige luxe. Zelfevaluatie is geen betrouwbaar mechanisme. En bij sollicitatieprocedures, ook in de culturele sector, of misschien wel vooral in de culturele sector – een directeur van een bekend instituut dient bestuurservaring te hebben, verstand van zijn of haar veld, boven alle partijen te staan, en ga zo maar even door. Sollicitatieprocedures zijn geen hobby.

Oh, en jury spelen voor de PC Hooftprijs is dat ook niet. Hoe lang nog bestaat de jurypool waaruit de bestuursleden putten uit dezelfde vijf mensen? Mensen die weer, ik zeg maar wat, op die plek kwamen door de inzet van Kwakman? Het vervelende van corruptie is dat het niet enkel één functie aantast, maar de hele structuur. Wil je corruptie bestrijden dan dien je eigenlijk de hele structuur met een nieuwe te vervangen, beginnend met gedragscodes, kordate sollicitatieprocedures en een representatieve brede jurypool(2).

  1. Het minste wat je zou kunnen verwachten bij de presentatie van zo’n situationistisch werk is enig bewustzijn naar de referenties, Life is Life van Opus, de versie van Laibach, de referentie van Lorca ‘de snor is de tragische constante in het gezicht van de man’ welke hij schreef naar aanleiding van Hitler. Maar nee, kinderachtig jokkebrokken is al niveau genoeg, klaarblijkelijk, en dat de man zo dom is te jokkebrokken terwijl de performance op film staat spreekt ook boekdelen over zijn intelligentie.
  2. En ik hoop toch echt dat ik niet hoef beargumenteren waarom alleen een brede pool representatief of geloofwaardig kan zijn. Alles met dezelfde vijf mensen vullen is een schoolvoorbeeld van amateuristisch en ongeloofwaardig bestuur.

Bas Kwakman voert oorlog tegen de poëzie

Toen ze een kunstacademiestudent die een jaartje ‘communicatiemanager’ bij de gemeente Rotterdam speelde benoemden tot nieuwe directeur van Poetry International zag ik de bui al hangen, zeker toen ik de sollicitatieprocedure indook en zag dat de benoeming gebaseerd was op het idee dat ‘Bas goed met dichters zou kunnen praten aan de bar’.

Zulk amateurisme is schering en inslag in de huidige cultuurwereld. Het roddelboek dat deze gesjeesde tekenleraar schreef naar aanleiding van zijn afscheid las ik natuurlijk niet, want ik heb beter te doen, maar middels een google alert kwam toch een passage boven waarin Kwakman deze performance:

Als volgt omschrijft:

Wat hadden de mensen die deze kapperszoon benoemden gerookt?

Tja. Iedereen kan met eigen ogen zien wat hier aan het woord is. Overigens, de persoon die ‘de buddinghprijs moet serieus genomen worden’ roept is Samuel Vriezen met een Nietzschesnor op het gezicht geplakt.

Kwakman voert oorlog tegen de poëzie, zo schrijft hij in zijn boek(1). Twintig jaar lang, of zoiets, want hij had wat oude schoolvrienden het bestuur in weten werken. Had hij maar kunstwerken pogen maken op de academie in plaats van oorlog tegen de kunst voeren, dan hadden ze nu in het buitenland een veel positiever beeld van Nederlandstalige poëzie, in plaats van maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag Albert Schaffer en Lies ‘Ansichtkaartje’ van Gasse.

Sollicitatieprocedures. Moeten we die juist niet onder de vlag ‘hobby’ scharen, want zeker in Nederland lig je van de verkramptheid en het amateurisme met regelmaat wakker.

1) ‘De poëzie is oorlog’ – als je er geen verstand van hebt is dat natuurlijk altijd zo, maar scheikunde is ook oorlog als je er totaal geen kaas van hebt gegeten. Enfin, weer een koddig monumentje in de eindeloze rij ‘oorlogvoerende directeurtjes’…

Anderhalve meter samenleving

Filtech, het bedrijf van Ruud Poppelaars, heeft een eigen mondkapje gemaakt, de Airstring. Ik heb geholpen de site te maken en het logo en Veer maakte de tekeningen voor de gebruiksaanwijzing.

Je hoort vaak de meest vreemde argumenten tegen mondkapjes, terwijl we nu zo’n beetje het enige land zijn waar ze nog niet zijn verplicht. Dat allemaal omdat ‘de anderhalve meter samenleving’ klaarblijkelijk zo’n geweldig idee is – alsof je als je een mondkapje draagt ineens geen afstand meer gaat houden.

Nee, in werkelijkheid is het bijna oneindig veel duurder om de hele samenleving om te vormen naar een standaard van anderhalve meter, en is het mondkapje een eenvoudige oplossing om te voorkomen dat je anderen besmet en ook zelf besmet zult raken. Niet mondkapje of anderhalve meter, maar mondkapje EN anderhalve meter, waar het nodig is: de supermarkt, want buiten is het dragen van een mondkapje redelijk overbodig als je mensenmassa’s vermijdt.

Naar mijn idee worden de meeste beleidsbeslissingen in Nederland gestuurd door voorraadbeheer. Men kijkt wat er op voorraad is, en maakt dan beleid dat daarbij past. Verstandig lijkt mij dat niet – het is veel te kortzichtig en heeft niets van doen met intelligent beleid. Neem de cultuursector: maar 1 op de 4 stoelen bezetten in het theater, op grond van dat ‘anderhalve meter’ beleid: maar in werkelijkheid heb je te maken met een airborne virus dat zich in kleine gesloten ruimtes al hangende weet verspreiden. Het hangt nog waar een minuut geleden een ander liep.

Mijn idee zou eerder zijn te analyseren wat de knooppunten zijn, de plekken waar het virus zich het best kan verspreiden, en daar dan gebruik van een mondkapje verplichten.

Een supermarktgang is anderhalve meter breed. Elke keer dat je daar iemand passeert kom je op 30 centimeter van elkaar. En in een gemiddeld supermarktbezoek gebeurt dat passeren een keer of acht, en buiten de gangetjes ook nog een keer of vier, 12 keer per bezoek aan de supermarkt dus. Ga je in een maand gemiddeld 16 keer naar een supermarkt dan zijn dat dus 192 keer in een maand dat je op 30cm afstand een persoon passeert. Precies om deze reden is die ‘anderhalve meter’ een soort rozebrillen-werkelijkheid, die alleen op papier bestaat.

De hele samenleving erop inrichten is niet alleen peperduur maar ook praktisch onmogelijk. Zou je de supermarkt daadwerkelijk op de anderhalve meter samenleving willen inrichten dan zouden de schappen 4.5 meter uit elkaar moeten staan, wat betekent dat in elke supermarkt drie volle rijen met producten moeten worden verwijderd.

Effectieve aanpak van corona

Mijn huidige visie op een effectieve aanpak van dit virus is de volgende: Dit virus heeft een bepaalde luchtconditie nodig om te verspreiden en het verspreidt zich het best in afgesloten ruimtes, omdat zonlicht en wind verspreiding buiten lastig maken. We leven niet langer in de middeleeuwen en hebben dus afdoende middelen de luchtcondities zo aan te passen dat we het virus het verspreiden zo goed als onmogelijk maken.

Hoe? Simpel, in elke ‘verspreidingshaard’ en dat zijn met name de supermarkten zetten we luchtbevochtigers neer. In vochtige lucht hebben die corona deeltjes het heel moeilijk, want ze raken gevangen in dat water en worden naar de grond getrokken. Ook in treinen en bussen: luchtbevochtigers.

De corona zal dan nog voornamelijk aan je schoenen zitten, dus introduceer de turkse gewoonte je schoenen (met handschoenen) buiten de deur te houden.

Daarnaast natuurlijk het mondkapje. Dat helpt om het virus niet zelf te verspreiden, en om niet die verdwaalde druppel binnen te krijgen waarin een grote concentratie coronadeeltjes zitten.

Dat is het, mijn aanpak. Die anderhalve meter zie ik persoonlijk als een bizarre willekeurige maatregel die wel ‘iets’ zal helpen maar lang niet afdoende – en als ik mensen in de supermarkt observeer houdt zo’n beetje niemand zich er echt aan.

Supermarkten zullen klagen dat hun producten vochtig worden, maar dat is makkelijk te ondervangen door alles in plastic te verpakken.

Het is dan niet nodig de economie zo gigantisch te schaden zoals we dat nu doen. Nadenken leer je niet op school – vandaar misschien dat juist ik hiermee moet komen, het is een voor de hand liggende oplossing die een stuk goedkoper is dan de ellende waar we nu voor kiezen.

In de buitenlucht zijn mondkapjes niet zo nuttig, en kun je het best inderdaad gewoon wat afstand houden van elkaar.

Met deze simpele maatregelen zul je veel sneller van deze ellende verlost zijn.

En verder natuurlijk: de weerstand zelf trainen, door koutraining, bijvoorbeeld die van Wim Hof, in de hele wereld beroemd maar in Nederland negeren de krantjes hem voornamelijk:

Daarnaast heb ik ook nog twee tips:

  1. Zon elke dag de tong en de keel, door je tong uit te steken in een bepaalde hoek richting de zon, mogelijke virusdeeltjes zijn daar niet blij mee.
  2. Gorgel met baking soda, dit verandert de PH waarde in mond en keel en ook daar wordt het virus helemaal niet vrolijk van.

Blokhoofden en boerenpummels

Het mocht van de toontjespolizei niet in de Volkskrant, dus dan maar hier:

Welkom in het land van de ethische boodschappenlijstjes. Richtlijnen. Draaiboeken. Handleidingen. Voorschriften. Waar je in Azië niemand met een woord hoorde reppen over ethische keuzes wie wel en wie niet gered mocht worden – men bouwde liever snel een nieuw ziekenhuis erbij – en waar in Italië het niemand in zijn hoofd zou halen zoiets op papier te gaan stellen leven we hier in een land waar, nog voor de IC bedden ook maar half gevuld zijn een heel contingent blokhoofden en boerenpummels al klaarstaan met het notitieblok om te bepalen van wie wel en van wie niet het leven gered gaat mogen worden. Ook in de Volkskrant kon het niet uitblijven. Twee in fletsblauwe pakken gehesen zultkoppen, Marcel Verweij en Roland Pierik, komen ons even bijlichten over de ethiek: wie jong en fit is heeft langer te leven, en het is dus rechtvaardig juist hen op de IC toe te laten. Een van de Heren zit zelfs in de Gezondheidsraad.

Je zou hen er eens fijntjes op willen wijzen dat wie op een IC terecht komt zich doorgaans niet al te fit voelt, dus ethische filosofie of niet, ‘jong en fit mag op de IC’ klinkt mij niet zo heel overtuigend in de oren. Maar van de vergelijking jong-oud ben ik al evenmin onder de indruk: liever had ik van de ethici vernomen waarom Duitsland 26000 IC bedden heeft en wij 1000, vanwaar dat verschil, het betekent in de praktijk dat wij hier 20% van de zorg hebben die daar aanwezig is en zover ik weet is het toch echt een overheidstaak die in de grondwet is vastgelegd: deze dient te zorgen voor goede zorg. Of is dat ethisch een minder uitdagende positie dan als een soort Darwinistisch animatieteam-uit-de-hel oudjes wijsmaken dat ze verdienen sterven?

Rechtvaardigheid. Hoe durven deze turvende mestkukels het woord ook maar in de mond te nemen. Blokvaardigheid, zullen ze bedoelen. Nee, ethiek was altijd al het doodgeboren kindje van de filosofie, maar deze twee Heren maken het wel erg bont: stromannen op afroep voor de beleidsmakers, vermomd als leraren filosofie.

Nee, mijne Heren, we hebben hier van doen met een nalatige overheid, en dat verhullen met een ethische vraag uit het padvindersboekje gaat dat niet camoufleren. De Nederlandse overheid loopt al decennia als een kip zonder kop achter het neoliberalisme aan, men had zich al heel lang geleden beter Duitsland als voorbeeld weten nemen, die ook op het vlak van vergroening veel voortvarender bezig wisten zijn. Geef ons een klein beetje gründlichkeit , zelfs al is het maar in de ethiek.

Niks mis met schrijfcoach!

Ik zie verdacht veel Amsterdamse vrienden die met coronaverschijnselen thuis zitten. Gister verscheen een bericht van Georgina Verbaan dat het Boekenbal de haard bleek die in Amsterdam in elk geval deels voor de verspreiding wist zorgen. Niet zo’n goed idee natuurlijk dat door te laten gaan. Zeker niet als je elkaar gewoon heel rebels kusjes blijft geven:

Corona of niet, op het boekenbal wordt ouderwets gezoend

Misschien is dit dan toch een mooi bezinningsmoment om de festivalcultuur tot staan te brengen. Want festivalcultuur is instantcultuur: er blijft niets durigs van over, niemand weet nog wat of wie er twintig jaar geleden waar speelde. Het kost veel energie, veel stikstof, slecht voor het milieu, en allemaal omdat de kunst zonodig neoliberaal moet bewijzen nuttig genoeg te zijn om een dagje vermaak te bieden aan dagjesmensen.

Nee, laten we snel weer op onze schreden terugkeren naar een verstandig model: je gaat als dichter spaarzaam optreden, en alleen als je bundel goede kritieken wist scoren van echte critici. Die heb je in Nederland nauwelijks, da’s waar, maar dat is omdat iedereen elkaar af staat te lebberen op festivals.

Het gaat weer om papier. Slam Poetry en Spoken Word zijn dwalingen, die origineren bij het UWV, vakjes die de overtolligen daar aan kunnen kruisen. Stikstofschoorsteen voor dagjesvolk. Hup, een andere hobby zoeken. Niks mis met schrijfcoach!

Boekenbalcarnaval? De prullenbak in. De drie schrijvers die dat jaar een echt boek schreven kunnen ook wel een wandeling maken in het park. De Stichting voor Concurrentievervalsing van het Nederlands Boek en Het Instituut dat Tekenleraren tot Expertdichters Verheft beide zo snel mogelijk opdoeken. Misschien dat er dan weer echte dichters en schrijvers de kop opsteken., in plaats van wannabe-bn’ers die, wereldberoemd als ze zijn, elk 100 boekjes verkopen, en dat is ook nog dankzij de colportage op festivals.

Medische wetenschap is geïnfecteerd met dagjesmensenpsychologie

Steunbetuigingen op facebook – over dat ik met mijn ‘griepdraaiboek’ gelijk bleek hebben, in het Noorden zagen ze dat ook in en besloten ze wel het WHO beleid te volgen, testen testen testen. Zeer kwalijk aspect: volgens de microbioloog uit Groningen is dat hele ‘tekort aan testmateriaal’ flagrante onzin. En als je dan ook nog eens een griepdraaiboek volgt…sorrie, maar dat is een grof schandaal.

Noordelijke provincies laten landelijk beleid los

Iets anders dat me wezenlijk stoort: die absolute statements van het RIVM. Je zou pas besmettelijk zijn als je symptomen hebt. Dat is echter een alphastatement, om volgende reden:

1. Je zegt ermee dat je vertrouwen hebt dat de burger kordaat zichzelf kan evolueren
2. Je zegt ermee dat een ‘symptoom’ geen spectrumverschijnsel is maar een enkelvoudig moment in de tijd dat als een soort belletje in het hoofd van de burger zal afgaan.

Ook dit is dus gewoon wereldvreemde flauwekul. Wie de wereld wel kent weet dat heel veel mensen pas thuis blijven als ze zich ‘echt’ ziek voelen. Dat betekent dat ze nog flinke tijd rondlopen als ze al aardig besmettelijk zijn.

Dat de medische wetenschap zelf geïnfecteerd wist worden met dagjesmensenpsychologie begreep ik toen ik een paar jaar terug geopereerd moest worden aan mijn been.

De distributie van opiaten was namelijk afhankelijk van zelf-evaluatie. Je kreeg de vraag: hoeveel pijn heb je, en op basis van het antwoord kreeg je zware opiaten verstrekt. Een flink kereltje met veel pijn krijgt dus weinig pijnstillers, en een aansteller met nauwelijks pijn heel veel. Dat is niet alleen onrechtvaardig maar ook gevaarlijk: de hele opiatencrisis in de VS is hier aan te wijten: je verstrekt enorm verslavende, gevaarlijke pijnstillers aan verslavingszuchtigen, op basis van een flinterdun zelf-evaluatiemodel.

Dat model is uiterst gemakzuchtig. Het is lastig vast te stellen hoeveel pijn iemand objectief heeft, maar hier doet men net alsof dat totaal subjectief is en dat is een leugen.

Hetzelfde gaat op voor die RIVM aanpak, met de zelfevaluatie van de burger. Het is onwetenschappelijk, het is de Oprah Winfrey variant van ziektebestrijding. Het is totaal onbetrouwbaar, en dus de beste garantie dat deze uitbraak nooit beheerst zal kunnen worden.

Precies hetzelfde euvel, overigens, dat ook de literatuur wist infecteren. Het is moeilijk objectief vast te stellen hoe ‘goed’ een gedicht is, maar die moeilijkheidsgraad wordt misbruikt door mensen die net doen alsof het, omdat dat zo moeilijk is, plots totaal subjectief werd. En dan ligt de hele esthetica in de prullenbak, en viert het amateurisme hoogtij.

Dagjesmensen, dagjesschrijvers.

In een column in het NRC laat de notoire vleesschranzer Pfeijffer weten dat hij dankzij de Corona crisis nu ook wel eens een stukje groente eet. Dat is dan schijnbaar wat dagjesmensen in dit soort tijden in de krant willen lezen.

Zijn carnivore periode noemt hij ‘zijn mondaine leven’. Want nu is hij uiteraard niet meer in de wereld, dat komt straks weer, als de karbonaadjes weer als vanouds op zijn bord dampen.

Hij hoeft zich geen zorgen te maken – de dagjesmensen blijven zijn Grote Dagjesboeken toch wel kopen. Hij zingt een Corona-operette op televisie. Ik wens hem het beste toe, ook de poseur wens je geen ziektes toe.

Mijn zus, Mieke, is een autiste en werkte afgelopen weken gewoon door met haar Wajong. Ik weet niet precies wat ze doet, dat wisselt nogal eens, fabriekswerk in groepen, maar er is schijnbaar niemand die begrijpt dat autisten hun gedrag niet vanzelf zullen veranderen.

Wat dat betreft verschillen ze weinig van de dagjesmensen en de dagjesschrijvers. Mensen die de positiviteit met uiterste moeite in zichzelf weten vinden, en dus moet de rest er maar aan geloven. Samen zingen, of hierbuiten: gezellig op een kluit bloembollen kopen. Heel aandoenlijk allemaal, mensen die het na anderhalve week televisie kijken al zo moeilijk hebben dat ze zich niet kunnen beheersen.

Dagjes-intellectueel Bas Heijne laat in het NRC weten dat hij aanvankelijk met de kudde mee zat te blaten, maar dat nu toch voorzichtige twijfels de kop op steken. Ik weet niet of hij net als zijn collega Pfeijffer over onbekende dorpjes of over groente zat te smalen, maar misschien kan zijn Grote Collega over deze Verschrikkelijke Twijfel alvast een mooie sonnettenkrans schrijven.

Een land vol dagjesmensen

Nederland zit vol dagjesmensen. Ik zie de eerste noodkreten op facebook al, help, geen idee hoe ik mijn kind moet vermaken. Dagjesmensen hebben een bepaalde opmaak. Ze moeten vermaakt worden. Lezen doen ze liever niet, en als ze al lezen is het gezelligheidslectuur. De kunst en de literatuur in Nederland werden op dagjesmensen afgestemd, daarom doet die hele literatuurwereld zo als een hotelanimatieteam aan. Heel Nederland dient vermaakt. De Koning spreekt op televisie tegen het verschrikkelijke eenzaamheidsvirus.

Als er één specialist bestaat op het vlak van isolatie dan ben ik het wel. Ik zat veel langer in de woestijn dan Jezus. Die greep al lang en breed weer naar de wijn toen ik nog met de duivel stoeide. Ik heb mijn hele leven instinctief het kluizenaarschap gezocht. Zelfs toen ik gekraakt woonde was ik de kluizenaar van de groep. Mijn idee van de hel: een vergadering.

Eenzaamheid een virus? Voor mij is het de grootste zegening die ik ken. Dat ik Veronique wist vinden is een geluk – zij is een boeddhistische monnik, en net als ik aan het kluizenaarschap gewend.

Isolatie in een land vol dagjesmensen. De elite als hotelanimatieteam. Nee, ik zie dat virus hier niet snel beheerst gaan worden. Zelfs nu nog worden mondkapjes belachelijk gemaakt. Sluit het café, en de dagjesmensen gaan in drommen de natuur in. Eenzaamheid is voor hen een virus. In het begin van deze crisis zag je die kuddementaliteit al in het feit dat ze goed geinformeerd zijn ‘paniek’ meenden moeten noemen. De juiste cijfers noemen? Dat is paniek zaaien! Hup, naar het volgende uitje, lange leve De Koning! Lang leve de Supermarkt!

Die gezichtentrekkers uit Ferdydurke zijn naar mijn inschatting de polemisten. Een wedstrijdje gezichten trekken, rare grimassen maken naar elkaar – in het Polen van Gombrovicz was de polemiek nog vrij levend, in Nederland is hij altijd al dood geweest, als er al sprake is van polemiek is het een wedstrijdje gezichten trekken naar jezelf, ter vermaak van een onzichtbare kudde.