Nawoord bij het nawoord bij het nawoord

In het Nederlands zijn zowel de woorden ‘zon’ als ‘toekomst’ vrouwelijk. Dat wijst op een niet-patriarchale oorsprong, die zich inderdaad laat traceren via het Anatolische naar India, naar het Dravidische. De bundel opent met het Dravidische woord voor oranje, een woord dat in zijn barre tocht naar de Noordzee liefst vijf betekenissen verloor, tot alleen het schreeuwerig-banale, sinaasappelachtige oranje bleef.

Het eerste deel van de bundel speelt zich af in het Etruskische. Ook daar was geen sprake van een patriarchie, en leefden mannen en vrouwen daadwerkelijk gelijkwaardig samen, tot de slavendrijversgeest/de parasiet(1) Rome overnam en zij op oorlogspad de Etrusken onder de voet liepen…

In zekere zin is de hele bundel een bespiegeling op Szymborska’s Gesprek met een Steen

Eigenlijk was de bundel heel anders begonnen. Toen ik Russische boeken middels een vertaalprogramma las op zoek naar goede informatie over gebruik van de Amanita Muscaria stuitte ik op het werk van een Kamtjatkiaans dichter die zelfs op Google totaal niet bestond en wiens naam ik nu vergeten ben. Ik had al een tiental gedichten in fusie vertaald, maar toen verdween de hele map op mysterieuze wijze van mijn harde schijf.

Of heb ik dat gedroomd? Nee, dat is onmogelijk.

Gesprek met een Steen is natuurlijk in al zijn animisme een van de filosofische grondgedichten over de wereld van de magie, een wereld waarin elk object leeft. Er zijn drie vrouwelijke schrijvers aan wie ik me schatplichtig voel: Szymborska, Ursela le Guin en Annie M.G. Schmidt. Bijna alles wat ik leerde over magie heb ik van deze grote schrijvers, die malle Castaneda was eigenlijk maar bijzaak.

Ik ben me er van bewust dat het eerste deel van de bundel raar onaf lijkt. En door het boegbeeld van de Europese revolutie te fuseren met een vrouw daar op het Etruskische eiland Elba – is dat een gammele poging mijnerzijds een beetje Woke te doen, of is het een alchemische formule? Nama – Mana – namen zijn de goddelijke voeding aller dingen, wie Ursela le Guins Aardzee serie las weet dat dit de geheime formule van de magie zelf is. ‘Maria’ is overigens ook Szymborska’s eerste doopnaam, en de vlinder in de slaap-o-leo misschien een soort onbevlekte ontvangst.

Dit is ook de eerste bundel waarin ik mijn episch-lyrische stijl weer laat uitkristalliseren in enkelvoudige gedichten met kop en staart. Enkele vertegenwoordigers van de Bio-industrie/Here Jezus/Zure Regen (2) pogen u er regelmatig van te overtuigen dat ik in tongentaal zou schrijven, waarin we weer de gedaante van de Groot Inquisiteur herkennen – maar zelfs deze Heilige Engerd kan ditmaal niet beweren dat de boel niet door de psyborg te begrijpen zou zijn.

En dan rest me nog op te merken dat het middendeel van deze bundel het ultieme geheim van de Zwarte Magie in de meest simpele bewoordingen vat die het begrip ooit op die wijze wist vangen. Wellicht interesseert u dat helemaal niets, dat kan natuurlijk, maar klaag dan niet wanneer u de rest van uw leven als een soort golem moet doorbrengen.

Szymborska’s gedicht gaat over de ontoegankelijkheid van de natuur voor de menselijke geest. Maar in mijn bundel is de mens juist toegankelijk, al te toegankelijk. De vlinder kruipt waar hij niet gaan kan, en zo ook het Aristolochedisch gif, en ik mislukte als voiceover, als steen, en ook als toerist van de steen – wat mij blijft is de letterlijke versie, zoals ze dat noemen, ja, de kroontjes van mijn eigen handen…

Martinus Benders, Karmillisos, 04 december 2021
Daags voor mijn excursie naar Sinterklaaseiland.(3)

  1. 1, Wie interesse heeft in de transfiguraties van deze slavendrijversgeest doet er goed aan mijn filosofieboek te lezen. Veel mensen weten bijvoorbeeld niet eens dat het Romeinse rijk pas in 1806 ophield te bestaan dankzij….Napoleon.
  2. 2. De Glycopaten, zo zou je ze ook kunnen noemen. De goede herders die ons tegen windvaantjes laten vechten en tegelijkertijd de hele natuur verneuken voor wat centjes. Maakt niet uit, toch? Biodiversiteit is een bijzaak, tot u over een jaar of 10 niets meer te eten heeft.
  3. 3. Over deze cultuurverbrandende en tempelverwoestende tiran die heel vreemd in amanitakleuren gehuld 1700 jaar later voor een koopmansvolkje de kindervriend moest spelen kun je in mijn komende boek lezen. Ook alweer een geniale uitvinding van onze geliefde schoolmeestersorde…